donderdag 26 januari 2012

Gefronste wenkbrauwen SVJ over ranking Suriname op wereldranglijst persvrijheid van Verslaggevers Zonder Grenzen

SVJ heeft twijfels over hoge plaats Suriname op wereldranglijst persvrijheid


Eigen organisatie ook schuldig aan beperken persvrijheid

26-01-2012  door: Paul Kraaijer


De Surinaamse Vereniging van Journalisten (SVJ) laat op 26 januari via haar voorzitter Wilfred Leeuwin weten, verbaasd te zijn over de plaats die Suriname inneemt op de 2011-2012 wereldranglijst van persvrijheid van de internationale organisatie Verslaggevers Zonder Grenzen(VZG). Op die lijst pronkt Suriname nu op een gedeelde tweeëntwintigste plaats met Japan. Suriname laat landen als het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Australië achter zich. Dat lijkt een ware prestatie, maar hoe realistisch is de lijst? Waar wordt de ranking van een land op gebaseerd?

Zijn VZG-informanten betrouwbaar
‘De verbazing van de SVJ wordt vergroot als achteraf wordt begrepen dat VZG geen relevante referentie heeft gebruikt om tot deze notering te komen’, aldus de SVJ in een verklaring, ondertekend door de voorzitter. Op de vragenlijst die een journalist voorgeschoteld heeft gekregen, konden vragen alleen met ‘ja’ en ‘nee’ worden beantwoord, zo staat te lezen op de nieuwswebsite Starnieuws waar Leeuwin als journalist werkzaam is (Kraaijer: die vragenlijst telt vierenveertig vragen).


‘De SVJ als georganiseerde beroepsinstantie en bewaker van de persvrijheid in Suriname is nimmer hierover geconsulteerd’, staat in de verklaring.  Of de SVJ geconsulteerd had moeten worden is natuurlijk maar de vraag. De VZG is voor haar informatie afhankelijk van zogenoemde informanten in landen. Die informanten geven misstanden en dergelijke in de journalistiek door aan het VZG hoofdbureau in het Franse Parijs. De vraag kan gesteld worden hoe betrouwbaar, objectief en geloofwaardig de informanten zijn. Voor Suriname is die informant Ivan Cairo, journalist bij een van de grote landelijke dagbladen, De Ware Tijd. Het is ook deze journalist die Leeuwin heeft geïnterviewd voor de editie van 26 januari. In dat interview zegt de voorzitter van de SVJ te hopen dat VZG zich in de toekomst breder oriënteert over de situatie in Suriname, met meerdere journalisten praat en niet slechts afgaat op de afwezigheid van fysiek geweld tegen journalisten of mediahuizen. Ook de subtielere zaken die fnuikend zijn voor de persvrijheid moeten in de beoordeling worden meegenomen.’Leeuwin heeft feitelijk VZG via Cairo al direct benaderd...... Maar, wat of wie belet de SVJ om zelf informatie over persvrijheidissues in Suriname te melden bij VZG? Als de SVJ casu quo Wilfred Leeuwin zoveel belang eraan hecht dat VZG informatie ontvangt uit Suriname en dat Suriname op een meer realistische plaats komt te staan in de wereldranglijst van persvrijheid, dan zou de Surinaamse journalistenvereniging zelf contact op kunnen nemen met VZG en geen passieve houding aannemen.

Verbale intimidatie journalisten zou zijn toegenomen
Inhoudelijk gaat VZG niet in op de vraag waarom Suriname op de wereldranglijst van persvrijheid dertien plaatsen is geklommen naar plaats tweeëntwintig. In één zin wordt geschreven dat Suriname, zoals Canada, Jamaica en de zeven leden tellende Organisatie van Oost Caribbische Staten, haar nieuwe positie te danken heeft aan het feit dat er geen gewelddadige incidenten zijn geweest waarbij journalisten betrokken zijn geweest en aan verbeteringen in de vrijheid van informatie. In de op 26 januari uitgegeven verklaring reageert de SVJ hierop alsvolgt: ‘Op zich klopt dit en mogen we verheugd zijn dat ‘ook’ in 2011 geen enkele journalist vanwege zijn of haar werk is mishandeld, voor het gerecht is gedaagd of vermoord. Maar voor de SVJ is dat juist de reden waarom 2011 aangemerkt kan worden als het jaar waarin de persvrijheid wel degelijk onder druk is komen te staan. Juist in dat jaar is er verschil te merken en kan een vergelijking gemaakt worden met voorgaande jaren.’
Volgens de SVJ is in 2011 de communicatie tussen de overheid en de vrije media juist verslechterd. ‘De overheid kiest er eerder voor zelf gedoceerde informatie te verstrekken aan de gemeenschap. In 2011 zijn de mediabedrijven Dagblad Suriname en het avondblad De West, waar journalisten werken, vanuit de overheid belemmerd en beknot in de uitoefening van hun werk. In 2011 is de verbale intimidatie naar journalisten toe toegenomen’,aldus Leeuwin. In welke zin die verbale intimidatie is toegenomen, vermeldt Leeuwin niet.



Suriname en VZG
De SVJ hoopt dat VZG de situatie rond persvrijheid in Suriname voor haar jaarlijkse wereldranglijst werkelijk herziet en zich in de toekomst beter laat informeren vanuit Suriname over misstanden en dergelijke in de journalistiek. Hiertoe zou wellicht VZG een andere Surinaamse informant moeten krijgen. Met de verontschuldigingen van de organisatie is in ieder geval een goede zet geplaatst.

Op de internetsite van de organisatie worden overigens slechts drie journalistieke incidenten in Suriname vermeld, waarvan één ook nog eens – hoe opmerkelijk – direct betrekking heeft op haar eigen informant Ivan Cairo:

Mei 2007
Op 10 mei mocht het STVS actualiteitenprogramma Suriname Vandaag van de staatszender niet worden uitgezonden, onder druk van de toenmalige vice-president Ram Sardjoe en onder druk van Chinese diplomaten in Paramaribo. Feitelijk dus onder druk van de regering Venetiaan. Het programma zou gaan over de relatie tussen China en Taiwan. De producer en redacteur van het programma was Nita Ramcharan die  graag had gezien dat het programma was uitgezonden. Een van de journalisten die de Chinese ambassadeur had geïnterviewd kreeg later dreigtelefoontjes van diplomaten.

November 2009
VZG is bezorgd over dreigtelefoontjes op 7 november aan het adres van journalist Ivan Cairo van De Ware Tijd. De telefoontjes werden in verband gebracht met een serie artikelen over de verdwijning van negentig kilo inbeslaggenomen cocaïne uit een politiebureau in Paramaribo. De VZG-website laat met betrekking tot dit incident weten: ‘Cairo is also the Reporters Without Borders Surinam correspondent.’ Cairo verklaarde tegenover VZG een telefonische boodschap te hebben ontvangen waarin hij gewaarschuwd werd om uit te kijken. Suriname stond in 2009 op plaats tweeënveertig van de wereldranglijst van persvrijheid.

Augustus 2010
VZG laat op de dag van de inauguratie van president Bouterse weten dat die installatie niet mag betekenen dat hij onschendbaar wordt voor de moord op journalisten. Onder de vijftien doodgeschoten democratische activisten in de nacht van 8 december 1982 bevonden zich vijf journalisten: Andre Kamperveen, eigenaar en manager van Radio ABC, Frank Wijngaarde, een Radio ABC verslaggever, en drie schrijvende journalisten, Leslie Rahman, Bram Behr en Jozef Slagveer.  VZG: ‘Net als Zuidamerikaanse buurlanden van wie de regeringen veel in het werk hebben gesteld om mensenrechtenschendingen in het verleden niet te vergeten, zo moet de nieuwe regering van Suriname begrijpen dat een verkiezing of amnestie problemen uit het verleden niet kan oplossen.’

De mishandeling begin juni 2010 van de Nederlandse journalist Armand Snijders, onder andere oud-hoofdredacteur van het Surinaamse maandelijkse magazine Parbode, was niet belangrijk genoeg voor VZG om te vermelden op de website van de organisatie. Waarschijnlijk werd de mishandeling ook niet bij de organisatie door haar informant Cairo gemeld...  Snijders werd door een terreinwagen ‘s morgensvroeg van zijn bromfiets gereden en vervolgens geslagen en geschopt. Volgens Armand zouden zijn belagers hem hebben ‘gezegd’ dat hij  'op moet houden met het schrijven van rotzooi in Parbode'. Met gebroken ribben, een op drie plaatsen gebroken sleutelbeen en schaafwonden over zijn hele lichaam kwam hij in een ziekenhuis terecht. Zowel de de Nederlandse Vereniging van Journalisten, NVJ, als de SVJ veroordeelden de mishandeling van Snijders. Het was overigens de vierde keer dat Snijders werd mishandeld. De mishandeling in juni 2010 werd door VZG niet  vermeld in haar volledig jaaroverzicht........

Uit dit overzichtje zou afgeleid kunnen worden dat het met de persvrijheid in Suriname prima is gesteld. Slechts drie ‘ernstige’ incidenten in een paar jaar. Maar, het is opmerkelijk te noemen dat bijvoorbeeld de ernstige mishandeling van Snijders niet wordt vermeld.

Wat weegt zwaarder voor een VZG-informant: een ‘simpel’ dreigtelefoontje aan je eigen (lees: informant) adres of het een ziekenhuis in slaan van een journalist vanwege zijn werk....? Hoe objectief, selectief en onafhankelijk is die ene informant van VZG en hoe goed zou het zijn wanneer het aantal informanten in Suriname drastisch zou worden uitgebreid?


Noot Kraaijer:
Verslaggevers Zonder Grenzen heeft 27 januari 2012 erkend dat de ranking van Suriname op de wereldranglijst van persvrijheid foutief is, aldus bericht het Dagblad Suriname een dag later.

In De Ware Tijd van 28 januari 2012 is in een artikel over 'het gedoe' over de ranking onder andere het volgende te lezen, waarin bevestigt wordt dat dWT journalist Ivan Cairo nog steeds de informant is in Suriname voor Verslaggevers Zonder Grenzen:
'(...) SVJ-voorzitter Wilfred Leeuwin heeft, nadat hij contact zocht met RSF, een brief ontvangen van de organisatie. “Ik moet erkennen dat mijn persoonlijke gegevens over Suriname duidelijk onvolledig zijn”, schrijft Benoît Hervieu van RSF in zijn reactie op de brief van Leeuwin. Verder zegt hij dat het gebrek aan contacten verklaart dat er een onvolledig beeld bestaat. “Ik zou u willen toevoegen als mijn contactpersoon.” Verschuiving Tijdens een telefonisch interview met ‘Bakana Tori’ op Radio SRS daagde RSFcontactpersoon Ivan Cairo eenieder uit om de enquêtelijst op een andere manier in te vullen. “Misschien eindigen we als land dan nog hoger!”

Cairo nam de gelegenheid op de uniforme vragenlijst van RSF door te nemen en daarmee aan te tonen dat de antwoorden op iedere vraag niet in twijfel gebracht konden worden. Daarbij is het zo dat de waardering van andere landen ook een rol spelen in de lijst. “Wanneer de situatie in landen die voorheen hoog scoorden verslechterd is, zakken zij en er vindt een verschuiving plaats op de hele lijst.” (...)'

Maar tot heden heeft geen enkele journalist in Suriname collega Ivan Cairo kritische vragen gesteld over wat hij zoal wel en niet meldt als informant voor Verslaggevers Zonder Grenzen aan deze organisatie......

Overigens besteed, uiteraard, ook Starnieuws op 28 januari 2012 weer aandacht aan de kwestie. Hierin komt de informant voor Verslaggevers Zonder Grenzen, Ivan Cairo, uitgebreid aan het woord.
Hij moet gewoon zijn taak als informant serieuzer nemen...hij komt nu behoorlijk hypocriet en haast verdedigend over en bekritiseert zijn 'eigen' VZG en dan druk ik me nog netjes uit......

Het Assembleelid en oud-journalist Melvin Bouva reageert als mostert na de maaltijd op 31 januari 2011 via het Dagblad Suriname op de ontstane commotie over de klassering van Suriname op de wereldranglijst van persvrijheid, daarbij ongetwijfeld gestimuleerd door zijn verleden als mediaman:

Bouva: “Surinaamse journalisten hebben machtige positie”

Parlementariër Melvin Bouva (NDP/Megacombinatie) vindt het zeer positief dat Suriname van de 36ste plaatst in 2010 naar de 22ste positie in 2011 is gegroeid op de wereld persvrijheidsladder van ‘Reporters Without Borders’.

“In Suriname bestaat er duidelijk geen gevaar voor journalisten om hun werk te doen. Ze hebben integendeel een machtige positie en moeten daar goed gebruik van maken om de bevolking te informeren”, zegt het DNA-lid.

Bouva is van mening dat voorzitter Wilfred Leeuwin van de Surinaamse Vereniging voor Journalisten (SVJ) emotioneel heeft gehandeld bij het bekritiseren en onder de noemer ‘discutabel’ plaatsen van het internationale persvrijheidsrapport.
“Zijn argumentatie dat 'Reporters Without Borders’ slechts één journalist heeft geïnterviewd om te komen tot het eindresultaat en dat journalistiek bedrijven in Suriname juist moeilijker is geworden, is zwak, want ik heb de vragenlijst gezien en ook al hadden 100 journalisten het beantwoord, ze zouden niets anders dan ‘ja’ of ‘nee’ kunnen invullen”, aldus de parlementariër.

Daarnaast vindt Bouva dat persvrijheid meer heeft te maken met de individuele beperkingen die een journalist/verslaggever ervaart om een regeringsfunctionaris te bereiken. “Het heeft ook te maken met hoe hoofdredacteuren het nieuws in zijn juiste of onjuiste vorm doorlaten en met wetten de journalistiek rakende”, aldus Bouva.

Het Megacombinatie-lid is ervan overtuigd dat de regering Bouterse/Ameerali de pers niet onder druk wenst te zetten, zoals de SVJ wil doen overkomen. Hij onderbouwt dit door te stellen dat de huidige regering in de eerste instantie verbeteringen heeft aangebracht voor de media bij de wekelijkse persontmoetingen.

De wekelijkse persontmoetingen zijn in een ander jasje gegoten met instemming van hoofdredacteuren en er zijn geen wetten gemaakt om de journalistiek te beperken. Daarnaast worden journalisten niet ontvoerd of vermoord. De samenleving is in het verleden ook nimmer zou nauw geweest bij de informatie van de regering. De regering Bouterse zorgt op agressieve manier voor informatievoorziening naar de samenleving toe”, aldus Bouva die vindt dat de groei naar de 22ste plek op de wereldpersvrijheidsladder Suriname moet stimuleren om vrije meningsuiting meer ruimte te geven.

Ondertussen heeft Reporters Without Borders, nadat de SVJ in stelling is gekomen, besloten om het onderzoek naar persvrijheid in Suriname opnieuw te doen. “Toch vind ik dat de reactie van de SVJ eenzijdig en geen objectief beeld geeft.”

Geen opmerkingen: