dinsdag 27 maart 2007

Kerncentraleplan Bisram serieus of gewoon zijn 'speeltje'?


Kerncentraleplan Bisram geloofwaardig?

27-03-2007 door: Paul Kraaijer


Zwolle, Nederland – 27-03-2007 – De Surinaamse ondernemer Chanderbosh Bisram, directeur van Suriname Industrial Engineering and Vehicle Service NV, heeft via de Surinaamse krant de Ware Tijd van 16 maart 2007 bekend gemaakt, dat hij in de tweede helft van 2007 wil beginnen met de bouw van een kerncentrale. Bisram wil een klein type centrale op de plantage Groot Chatillion in het district Commewijne die de energie moet gaan leveren voor een eveneens nog te bouwen aluminiumfabriek.
Hoe geloofwaardig zijn de plannen van de heer Bisram?

Al op 3 april 2006 maakte hij via dezelfde krant dezelfde plannen bekend. Ook toen leidden zijn plannen tot verontwaardigde reacties in de Surinaamse samenleving. Maar ook reacties van ongeloof. Dat ongeloof werd versterkt toen bekend werd, dat Bisram nogal wat leugens verspreidde. Zo beweerde de ondernemer voor zijn plannen contacten te hebben met Mittal Steel, het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) en het Duitse bedrijf Siemens, bouwer van kerncentrales. Uit onderzoek werd echter duidelijk dat Bisram nimmer contact had gehad met deze bedrijven. De plannen van Chanderbosh Bisram bleven dan ook zeer vaag en omgeven met vraagtekens.

Daarenboven heeft het Nationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling in Suriname (NIMOS) vorig jaar de overheid negatief geadviseerd inzake de vergunningaanvraag van Bisram voor de bouw van de kerncentrale. Het NIMOS liet de Nederlander Paul Kraaijer, die sinds 2003 het Surinaamse milieu- en afvalbeleid dagelijks volgt en daarover publiceert, weten dat Bisram probeerde bij elke minister zijn zegje te doen en daarbij vertelde zelfs beweerde dat zijn centrale geen afval produceert. Iedere kerncentrale produceert echter afval. Nù beweert Bisram dat zijn centrale wel degelijk afval produceert en dat dit zelfs wordt teruggenomen door de leveranciers van de brandstof voor de centrale.
In 2006 verklaarde Bisram verder dat spiritualiteit aan de basis staat van zijn plannen. In een reactie naar Kraaijer zei de ondernemer in september 2006: “Als nationalist ben ik verplicht mijn land tot een industrieland te maken.”

In tegenstelling tot in 2006 hebben nu ook enkele Nederlandse media aandacht voor de Surinaamse kerncentrale plannen. Voor het eerst laat een milieuorganisatie van zich horen. Greenpeace toont zich fel tegenstander. In Suriname is geen echte milieubeweging en zal er ook weinig concreet verzet van de grond komen. Het Surinaamse ‘verzet’ blijft beperkt tot het plaatsen van reacties op een aantal Surinaamse internetsites. Over het algemeen zijn die reacties negatief van toon en velen spreken zelfs over een vervroegde 1 april grap.

Maar, ook nu zijn de door Bisram publiek gemaakte plannen bijzonder vaag. Tegenover de media laat hij zich niet uit over wie de kerncentrale gaat bouwen, of de financiering rond is (hij spreekt over investeerders in Nederland, Duitsland en Engeland), of hij nu wel een bouwvergunning heeft en wie de brandstof voor de centrale gaat leveren (hij beweert dat de nucleaire brandstof afkomstig zal zijn van bedrijven in Italië, Zuid-Afrika, Japan, China en Frankrijk). Het is overigens hoogst ongebruikelijk dat de brandstof voor een kerncentrale door meerdere landen c.q. bedrijven geleverd wordt. Meestal wordt met slechts één leverancier een contract afgesloten. In hoeverre heeft Bisram getekende contracten op zak?

Kraaijer heeft al deze vragen voorgelegd aan Bisram en is in afwachting van een reactie. De Zwollenaar is zich bewust van de mogelijkheid dat Bisram geen antwoord kan geven op de vragen, omdat zijn plannen nog niet hebben geleid tot het daadwerkelijk afsluiten van allerlei noodzakelijke contracten.

Naast deze onduidelijkheden blijkt er ook binnen de Surinaamse ministerraad veel onduidelijkheid te zijn. Enkele ministers staan lijnrecht tegenover elkaar.

Minister Lygia Kraag-Keteldijk van Buitenlandse Zaken moet zelfs nog uitzoeken hoe een lidmaatschap van de IAEA (International Atomic Energy Agency in Wenen) moet worden gevraagd en aan welke voorwaarden een land moet voldoen voor een dergelijk lidmaatschap. Kraaijer vraagt zich af waarom Suriname niet na haar onafhankelijkheid lid is gebleven van de IAEA. Feitelijk was Suriname door het lidmaatschap van Nederland tot de onafhankelijkheid lid van deze organisatie. Nederland werd bij de start van het agentschap in 1957 lidstaat.

Een dag na het bekend worden van de kerncentrale plannen van Bisram, gaf het ministerie van Buitenlandse Zaken een persbericht uit waarin de regering verklaart voorlopig geen heil te zien in het gebruik van kernenergie voor economische activiteiten.

In de publieke discussie mengde zich ook ex-parlementsvoorzitter Indra Djwalapersad. Zij is voorstander van het gebruik van zonne-energie en waterkracht-energie. Mevrouw Djwalapersad wordt hierin gesteund door de minister van Natuurlijke Hulpbronnen, Gregory Rusland. ‘Kernenergie is momenteel niet van belang voor de regering’, aldus Rusland. Zijn collega-minister Cifford Marica van het ministerie van Arbeid, Technologische ontwikkeling en Milieu, staat lijnrecht tegenover hem. ‘Kernenergie zou een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de oplossing van het energievraagstuk in Suriname’, aldus Marica. Hij is van mening dat de kernenergie-optie serieus bekeken moet worden. Minister Rusland wil daarentegen dat alternatieven verder onderzocht moeten worden.

Grote vraag voor velen is in hoeverre de vermeende kerncentrale plannen van Chanderbosh Bisram serieus genomen dienen te worden. Is het plan een speeltje van Bisram of tracht hij via politieke achterdeurtjes zijn plannen daadwerkelijk te kunnen gaan verwezenlijken?
Kraaijer is van oordeel dat dit jaar zeker geen kerncentrale gebouwd gaat worden in Commewijne. Er zijn te veel onduidelijkheden en Bisram zal nog vele vragen moeten beantwoorden. Zolang de ondernemer de onduidelijkheden niet wegneemt en vragen niet beantwoord blijven vele Surinamers met vragen zitten en blijven het verhaal en de plannen van Bisram ongeloofwaardig te noemen.

Daarbij dienen Surinamers zich de vraag te stellen of het land echt zit te wachten op een risicovolle kerncentrale die enkel en alleen gebouwd gaat worden om een aluminiumfabriek van energie te kunnen voorzien. Is het land klaar voor een dergelijk groots project, waarbij het veiligheidsaspect van levensbelang is?
Suriname kampt al met ernstige problemen met het ophalen en opslaan van oude asbestdakplaten en gewoon huishoudelijk afval…