zondag 30 september 2012

Onderzoek naar veiligheid in Newmont’s Australische Boddington goudmijn

Newmont wil grote goudmijn in aan biodiversiteit rijk Nassaugebied 

Onderhandelingen met Surinaamse regering slepen zich al paar jaren voort

30-09-2012  Door: Paul Kraaijer


Paramaribo – Australische media hebben zaterdag 29 september 2012 bekendgemaakt dat Newmont’s Boddington goudmijn - zeventien kilometer ten noordwesten van Boddington in West-Australië -  door de autoriteiten gesloten is vanwege veiligheidsgebreken die zouden kunnen leiden tot de dood van- of het veroorzaken van ernstig letsel bij arbeiders. Het ministerie van Mijnbouw en Olie doet onderzoek naar vier ernstige gebreken in de laatste maanden, waaronder een voorval waarbij een arbeider werd verpletterd door een één ton wegende metalen plaat. Dankzij snelle reanimatie overleefde de werknemer het ongeluk.

Teveel veiligheidsincidenten
De Boddington-goudmijn
Daarnaast zijn er incidenten geweest met een truck geladen met cyanide die reed op een weg die alleen gebruikt mag worden door schoolbussen, een truck die kantelde en een geladen kraan die kantelde. Ze maken deel uit van in totaal vijftig veiligheidsincidenten in die mijn dit jaar. De Amerikaanse goudmijnmultinational Newmont Mining Corporation ontving zes zogenoemde ‘verbodsmededelingen’ sinds 1 januari.
Een klokkenluider bij Newmont bestempelt de goudmijn als een ‘dodelijke val’ en verklaarde: ‘Een ieder van die incidenten had kunnen leiden tot potentiële dodelijke slachtoffers. Je had een schoolbus vol dode kinderen op je geweten kunnen hebben als die bus op de verkeerde plaats en op het verkeerde tijdstip daar had gereden.’
Intussen zijn in het deze week door het ministerie uitgebrachte jaarlijkse rapport details van veiligheidsincidenten opgenomen, waaronder 41 ongelukken bij op-en overslag  en ongelukken met het transport van gevaarlijke goederen ongevallen en dat zijn er 15 meer dan in het  voorgaande boekjaar.
Newmont wilde niet in de media reageren op incidenten die onderwerp van onderzoek zijn, maar een woordvoerster liet wel weten dat ieder veiligheidsincident ‘grondig en onmiddellijk onderzocht’ wordt en dat preventieve maatregelen worden genomen.

Onrust
Australië is niet het enige land waar Newmont actief is en met regelmaat onder vuur ligt vanwege personele-, milieu- en culturele kwesties. Problemen zijn er (geweest) in Indonesië, Nieuw-Zeeland, Ghana en Peru. 

In Peru is de bouw van de Conga goudmijn tijdelijk stopgezet vanwege hevig verzet van inheemsen die vrezen dat de mijn hun watervoorziening (een paar bergmeertjes in de regio Cajamarca) zal vervuilen. De regering zag zich zelfs genoodzaakt om de staat van beleg af te kondigen.

Wereldwijd ontstaat meer en meer verzet van lokale bewoners en inheemsen tegen de komst van goudmijnen van veelal buitenlandse multinationale ondernemingen. Vaak vloeit dat verzet voort uit angst voor aanzienlijke milieuschade en uit vrees dat die ondernemingen zich verrijken over hun ruggen en dat (te) veel dollars verdwijnen naar de landen van waar die ondernemingen zijn gevestigd in plaats van dat die dollars gepompt worden in de lokale gemeenschappen en economieën.

Suriname onderhandelt met Newmont
De Surinaamse regering voert al een paar jaar onderhandelingen met het Amerikaanse bedrijf. Eind maart 2010 werd bekend dat de regering vòòr de verkiezingen van 25 mei al een deal wilde sluiten met Newmont voor het opzetten van een goudmijn in het oosten van het land.  Toenmalig minister Gregory Rusland van het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen liet weten dat zijn ministerie er alles aan zou doen om ‘de goedkeuring nog in deze regeerperiode in orde te hebben. Als het niet lukt, moet er wel genoeg gedaan zijn, zodat mijn opvolger het verder kan oppakken.’

Kort voor het aftreden van de regering Venetiaan werd een conceptakkoord door de Ministerraad goedgekeurd. Maar, de na de verkiezingen aangetreden nieuwe minister van Natuurlijke Hulpbronnen, Jim Hok, maakte al direct in augustus 2010 bekend opnieuw te willen kijken naar het akkoord. In dat akkoord was voor Suriname een twintig procent aandeel afgesproken. Maar, in maart dat jaar bleek al dat Assembleeleden van de NDP een deal van twintig procent onvoldoende vonden. Ook waren zij van mening dat de regering Venetiaan vlak voor de verkiezingen in mei een nieuwe regering niet kon opzadelen met een dergelijke deal.

Bouterse spreekt ‘Newmont’ in New York
Ruim een maand later, medio september 2010, werd in New York in goed onderling overleg tussen vertegenwoordigers van Newmont en een Surinaamse delegatie, onder leiding van president Desi Bouterse, afgesproken dat de conceptovereenkomst opengebroken zou worden. Bekend werd gemaakt dat een hoge delegatie van het Amerikaanse bedrijf in oktober naar Suriname zou afreizen voor verdere besprekingen. In New York zei de Surinaamse minister van Buitenlandse Zaken, Winston Lackin, dat Newmont duidelijk was gemaakt dat geïnvesteerd moest worden in werkgelegenheid, volkshuisvesting, onderwijs en gezondheidszorg. Daarenboven zou de Amerikanen ook zijn gevraagd een bijdrage te leveren aan de ordening van de kleinschalige goudsector. Volgens de bewindsman zou Newmont positief hebben gereageerd en begrip hebben voor de visie van de Surinaamse regering.

In april 2011 werd duidelijk dat de regering en Newmont er waarschijnlijk wel uit zouden komen en dat een deal kon worden verwacht. De in december 2010 ingestelde presidentiële commissie Ordening Goudsector ging namelijk over tot de ontruiming van een deel van het concessiegebied van Newmont in het Meriangebied.  Het concessiegebied van de multinational bestaat uit twee delen. Het Meriangebied ligt in een gebied ter grootte van 8.000 hectare. De lokale Paramaccaanse gouddelvers mogen van het bedrijf in het andere deel hun activiteiten gaan ontplooien. Na 17 april moesten alle kleinschalige goudzoekers (porknokkers en Braziliaanse garimpeiros), winkels en al hun materieel uit het gebied zijn verdwenen.

Suriname Gold Company LLC (Surgold) - een joint-venture tussen Alcoa en Newmont - kon in mei de exploratie hervatten in het Meriangebied, nabij het Nassaugebergte, nadat het gebied door de commissie Ordening Goudsector was ontruimd.

Bouterse spreekt ‘Newmont’ in Peru
President Bouterse had eind juli in Peru – waar hij de installatie van de nieuwe president Ollanta Humala Tasso bijwoonde - een zakelijk gesprek met enkele functionarissen van Newmont met als doel afspraken te maken voor het snel bereiken van een overeenkomst. Bouterse maakte bekend dat Newmont al in 2014 met de productie van de goudmijn wilde starten. ‘We kunnen dan 1.500 tot 2.000 man aan werk helpen. De gebieden die nu door de commissie Ordening Goudsector zijn ontruimd, bieden ruimte voor de mensen om daar te werken, zodat ze als zelfstandige ondernemers zaken kunnen doen met Newmont’, aldus Bouterse tegenover de media na terugkeer uit Peru. Verder liet hij weten dat een commissie in het leven zou worden geroepen om de onderhandelingen te beginnen met de Amerikanen. ‘Newmont is aangeschreven dat het ons menens is. Het zou heel goed zijn voor de economie en ons image als we Newmont aan boord kunnen krijgen en ik denk dat het bedrijf erg geïnteresseerd is.’

Het onderhandelingsteam, onder leiding van Henk Ramdien, jarenlang directeur van Suralco, werd zaterdag 6 augustus 2011 al geïnstalleerd.

De door Newmont op te zetten goudmijn zal ruim 2.000 nieuwe banen creëren. Dit zei Manuel Esteban Crespo, ‘manager of government affairs’ van het bedrijf op 7 augustus op de Surinaamse nieuwswebsite Starnieuws.. Volgens hem waren al meer dan zestig Surinamers werkzaam bij Newmont.  Crespo zei voorts te verwachten dat de onderhandelingen met de Surinaamse regering binnen een jaar zouden kunnen worden afgerond.  Hij durfde niet te speculeren over hoe de uiteindelijke deal met Suriname eruit gaat zien, maar zei voor beide partijen een goede toekomst te zien. Tijdens de onderzoeksfase was al aangetoond dat er voldoende goud in de bodem zit en dat werd de basis voor het besluit om een goudmijn op te zetten.
Deze maand werd bekend dat het Surinaamse onderhandelingsteam en Newmont verwachten dat eind oktober een definitieve deal  kan worden getekend. Veel tijd in de onderhandelingen zou zijn gaan zitten in de voorwaarden. Suriname zal ook participeren in de op te zetten goudmijn. Er wordt nog onderhandeld over het aandeel dat de staat zal hebben in de mijn. Aangezien Newmont en Alcoa (Surgold) een meerderheidsaandeel zullen hebben, moet goed afgesproken worden wat de beslissingsmomenten zullen zijn, aldus berichtte Starnieuws op 23 september.

Newmont wereldwijd ‘geplaagd’ door problemen en conflicten
.
Peru
In september 2006 werd Newmont in Peru al geconfronteerd met hevige protesten van bewoners uit de regio Cajamarca bij de Carachuga-goudmijn in het Andesgebergte. De mijn werd zelfs geblokkeerd door bewoners. Watervoorraden van de lokale inheemsen werden door de mijn gebruikt en ook ernstig vervuild. Ook de Yanacocha-mijn in het noorden van Peru werd geblokkeerd.

Indonesië
In Indonesië exploiteerde Newmont sinds halverwege de jaren 1990 een goudmijn te Buyat Bay op Sulawesi. Bewoners van Buyat Bay kregen ernstige gezondheidsproblemen (huidziekten, tumoren), veroorzaakt door het dumpen door Newmont vanchemicaliën, waaronder kwik, cadmium en koper in de baai. Ook nam het aantal vissen in de baai drastisch af sinds het storten van mijnafval. 

 

De directeur van de Indonesische milieuorganisatie WALHI (Milieudefensie Indonesië), Longgena Ginting, verklaarde in augustus 2004: ‘De Buyat Bay milieuramp laat zien dat mijnbouw gemeenschappen en volksgezondheid vernietigt in plaats van dat de activiteit ten goede komt aan de arme leefgemeenschappen.’ De New YorkTimes berichtte op 5 augustus 2005 onder andere dat Newmont dagelijks 2,000 ton afval (‘tailings’) in de baai dumpte. Overigens bleek, aldus de New York Times, in 2001 uit een eigen intern onderzoek binnen Newmont, dat tussen 1997 en 2001 managers van de mijn toestonden dat 33 ton kwik kon ontsnappen en in de lucht en in de baai terecht kwam.
Begin augustus 2011 heeft een coalitie van milieuorganisaties weer een klacht ingediend bij het Ministerie van Milieu, omdat de vergunning voor het jaarlijks dumpen van 51 miljoen ton afval uit de Batu Hijau goud- en kopermijn op het eiland Sumbawa in de oceaan, op 5 mei was verlengd. Dat afval zou zeer schadelijke gevolgen hebben voor het leven in de oceaan. Newmont heeft op 3 augustus haar Nusa Tenggara’s Batu Hijau goud- en stilgelegd, nadat boze afgewezen sollicitanten de toegang tot de mijn hadden geblokkeerd. Zij zijn het niet eens met de door Newmont gehanteerde sollicitatieprocedure. Ruim 5.500 mensen haddden gesolliciteerd, maar niet meer dan zo’n 230 zijn aangenomen.

Ghana
Ingang Ahafo-goudmijn in Ghana
Ghanese media berichtten in augustus2011 uitgebreid over de wijze waarop de Amerikaanse goudmijnmultinational omging met de inwoners van de gemeenschap Yayaso in het Birim Noord District in de Oostelijke Regio. In commentaren werd zware kritiek geleverd op het bedrijf. Newmont Gold Ghana Limited wilde een koninklijk mausoleum en diverse heilige graven van dorpshoofden en andere hoogwaardigheidsbekleders ruimen om plaats te maken voor een locatie waar het bedrijf haar afval kan dumpen afkomstig van het Akyem (goudmijn) Project (deze mijn moet in 2013 operationeel zijn). Dat afval zou bestaan uit zo’n 396 miljoen ton gesteente en 116 miljoen ton ijzer dat uit de mijn komt in een periode van vijftien jaar. Het Amerikaanse bedrijf wil de graven, maar ook de bewoners, verplaatsen naar de gemeenschap Adausena een paar kilometer verwijderd van Yayaso.

‘Newmont Ghana verrijkt buitenlandse witte belangen ten koste van de degradatie van de grond van lokale bewoners, waarbij zelfs de doden niet worden gespaard’, zo luidde een commentaar in de krant The Ghanaian Chronicle op 3 augustus 2011. In de Akan gemeenschappen zijn de doden heel belangrijk. Begraafplaatsen worden gezien als heilige locaties. Een koninklijk mausoleum, zoals in Yayaso, is zo’n gewijde locatie en in iedere Akan gemeente is het zelfs voor de lokale bewoners verboden om er ook maar één voet binnen te zetten. Iedere poging van buitenlanders om zo’n heilige grond te vernielen wordt gezien als een oorlogsverklaring. De bewoners van Yayaso stelden dan ook alles in het werk om Newmont te beletten de graven te ruimen. Bewoners bewaakten het mausoleum en de graven.

Zij kregen steun van het ‘Centre for Social Impact Studies’ (CeSIS), een onderzoeks- en juridische non-gouvernementele organisatie die gemarginaliseerde gemeenschappen steunt. In een op 1 augustus 2011 uitgegeven verklaring stelde CeSIS het verachtelijk en afschuwelijk te vindtendat een buitenlands multinationaal goudmijnbedrijf het durft om een van Ghana’s meest heilige symbolen van haar tradities en gebruiken, een begraafplaats, te schenden. ‘Met een dergelijke onverantwoordelijke daad, heeft Newmont alle grenzen van fatsoen overtreden door onze tradities en gebruiken te beledigen. Hoe kan zo’n mijnbouwmultinational naar ons land komen en het Koninklijk Mausoleum in een gemeenschap vernietigen?’ De organisatie had ook grote moeite met de wijze waarop de politie een demonstratie van inwoners van Yayaso uit elkaar heeft geslagen : ‘De wijze waarop zwaar tot de tanden bewapende politie een kleine gemeenschap heeft bestormd en ongewapende vreedzame inwoners heeft geterroriseerd, geeft reden tot zorg en brengt afschrikwekkende beelden naar boven van Newmont’s staat van dienst als het gaat om mensenrechtenschendingen in andere delen van de wereld. In Peru en Indonesië, waar Newmont ook goudmijnen operationeel heeft, is het bedrijf beschuldigd van de ontvoering en dood van activisten die tegen de mijnbouwactiviteiten waren.’

Newmont werd in Ghana in mei van ditjaar ook geconfronteerd met beschuldigingen dat door haar  toedoen duizenden dode vissen dreven in de Awonsuo Rivier. Door de Ahafo goudmijn zou het giftige cyanide nabij gelegen wateren in zijn gelekt. Maar, volgens Newmont waren de vissen door zware regenval en zuurstofgebrek gestikt. De beschuldigingen aan het adres van de Amerikanen was niet zo vreemd. Immers, in oktober 2009 was cyanide van de Ahafo goudmijn terechtgekomen in de Subririvier en ook toen leidde dat tot de dood van vele  vissen.

Nieuw-Zeeland
Naast de problemen in Ghana, Indonesië, Australië en Peru, ondervindt het bedrijf ook lokaal verzet tegen een goudmijnplan in Nieuw Zeeland. Daar heeft het Amerikaanse bedrijf al ruim vijfentwintig jaar drie mijnen in Waihi, tussen Auckland en Tauranga: de bovengrondse mijn Martha en de ondergrondse mijnen Favona en Trio. In augustus 2011 kondigde Newmont aan om haar ondergrondse activiteiten uit te willen gaan breiden. Newmont wil onder haar Martha mijn gaan werken en een nieuwe Correnso mijn opzetten met een diepte tussen honderdertig- en driehondervijftig meter.

Vanaf het moment van de aankondiging wordt Newmont met verzet, acties, demonstraties, marsen en protesten geconfronteerd, vooral georganiseerd door ‘Waihi's Distressed Residents Action Team’.

Ongeveer eenendertig woningen bevinden zich boven de voorgestelde nieuwe goudmijn en vijftien er naast. Newmont wil mensen die het dichtst bij haar operaties wonen financieel compenseren. De bewoners verlangen echter meer dan hetgeen door de Amerikanen wordt geboden. Zij willen ook dat het bedrijf gaat investeren in hun gemeenschap, ter compensatie van waardeverlies van hun eigendommen, overlast door trillingen, stof en lawaai. Het meeste verzet komt overigens volgens Newmont niet van lokale bewoners, maar van de politieke groene partij ‘Greens’.

Newmont kritisch tegemoet treden
De Amerikaanse goudmijnmultinational Newmont voert anno september 2012 nog steeds achter de schermen onderhandelingen met de Surinaamse regering. Het bedrijf zal ongetwijfeld een deal weten te sluiten met de regering Bouterse.

Maar, gelet op de problemen van Newmont in andere landen, mag verondersteld worden dat het team van Bouterse tijdens de gesprekken met het bedrijf ook oog en oor heeft voor al die problemen en voor de diverse milieuaspecten bij het opzetten van een grote goudmijn. Het team kan feitelijk niet om het milieu heen, nu Bouterse tijdens diverse gelegenheden zich heeft uitgelaten over de schoonheid van de Surinaamse natuur en dat deze beschermd dient te worden.

Maar, in het onderhandelingsteam zitten echter geen milieudeskundigen of een of meer vertegenwoordigers van Surinaamse natuurbeschermingsorganisaties zoals het WWF Guianas, de Suriname Conservation Foundation of Conservation International Suriname.

De vraag rijst dan ook in hoeverre het onderhandelingsteam met Newmont spreekt over de uiteenlopende problemen die het bedrijf wereldwijd ondervindt. De komst van Newmont zou goed zijn voor de Surinaamse economie en voor de werkgelegenheid en daarom toe te juichen. Maar, dat neemt niet weg dat de Amerikanen toch kritisch tegemoet getreden zouden moeten worden, vooral als het gaat om de bescherming van de unieke biodiversiteit die het Nassaugebied rijk is.

Geen opmerkingen: