woensdag 11 juni 2014

Vakbondsman valt door de mand - Overheid vergeet in te spelen op ontwikkelingen in bauxietsector

Ronald Hooghart: 'Laat Suralco/Alcoa opdonderen'

Ruim 1.000 banen op de tocht en vakbondsman gaat daaraan voorbij....

De onzekere toekomst van Suralco/Alcoa – Minister Hok maakte zich in april 2012 al zorgen, maar vervolgens werd het stil

11-06-2014 Door: Paul Kraaijer


Paramaribo – De bekende scherp gebekte Surinaamse vakbondsman Ronald Hooghart, voorzitter van de Centrale van Landsdienaren Organisaties (CLO), liet dinsdagochtend 10 juni in het dagelijkse STVS televisie ochtendactualiteitenprogramma 'Mmanten Taki' weten, dat wat hem betreft Suralco/Alcoa uit Suriname kan 'opdonderen'. Woorden van een zogenoemde vakbondsman. Een vakbondsman voor wie kennelijk ruim 1.000 banen die op het spel staan bij Suralco/Alcoa niet zo belangrijk zijn. Is dit werkelijk een vakbondsman? Helaas vroeg de altijd opgewekte, maar zelden kritische, presentator Lloyd Groenewoud niet door. Hij wilde of weigerde of durfde Hooghart niet live te fileren.

Hooghart,
de vakbondsman met de grote mond,
de vakbondsman die altijd zijn handen in het vuur steekt (met woorden althans) voor de arbeider, de vakbondsman zich altijd in felle verwerpende bewoordingen uitlaat over kapitalisme en de tijd van de koloniale overheersing die hij nog steeds boven het land als een mistige deken ziet handen.
Maar, met zijn opmerkingen in 'Mmanten Taki' is hij hard door de mand gevallen. Hij lijkt totaal niet te denken aan de arbeiders, de werkende klasse van Suriname die moeten bijdragen aan de opbouw van het land, zoals zo vaak door dezen en genen wordt gezegd. Of is het nieuws van het dreigende ontslag van ruim 1.000 werknemers van Suralco aan hem voorbij gegaan? Nee toch!? Maar, opdonderen? En nog geen minuut later wel doodleuk zeggen, geen problemen te hebben met het inschakelen van buitenlandse deskundigheid/deskundigen om de toekomst van de bauxietsector tegen het licht te houden. Kortom, als het uitkomt zijn de oh zo door Hooghart verfoeide buitenlanders van harte welkom.

Hooghart aast ongegeneerd op ministerpost
Overigens werd in het vraaggesprek met Groenewoud ook nog even kort ingegaan op zijn vermeende poging om de NDP (Nationale Democratische Partij) van Desi Bouterse en de Pertjajah Luhur (PL) van Paul Somohardjo met elkaar te verzoenen. Hooghart is sinds kort namelijk ook beginnend politicus en voorzitter van zijn eigen Partij Belangenbehartiging en Ontwikkeling (PBO), waarvan hij de oprichting op 1 april van dit jaar al in december 2013 aankondigde. Hij wil met zijn PBO een samenwerkingsverband met de NDP en PL.....

Hooghart zit gewon ongegeneerd te azen op een eventuele toekomstige ministerspost. Deze man is machtsgeil. Maar, alsjeblieft zegt, laat deze schreeuwer met een fobie voor het koloniale verleden ver van welke regering dan ook blijven.... Een politicus moet de nuance in issues weten te vinden en daartoe is hij niet in staat. Zijn werkwijze is er een van de ongenuanceerde confrontatie. Hard, geen ruimte voor die nuance, nauwelijks ruimte voor relativering en objectiviteit.

Bij de formele bekendmaking van de PBO op 1 april zei hij al dat, vanwege hun sociale agenda, de NDP en Pertjajah Luhur de meest voor de hand liggende kandidaten voor samenwerking in 2015 zijn. Zijn partij zou vooral willen opkomen voor mensen aan de onderkant van de maatschappelijke ladder. Adequate ziektekostenverzekering, waardevaste pensioenen, betaalbare huisvesting en rechtszekerheid voor landsdienaren ofwel ambtenaren zijn de prioriteitsgebieden waar Hooghart zich in de politiek mee wil bezighouden.

Het is opmerkelijk dat zijn uitlatingen in 'Mmanten Taki' over Suralco/Alcoa geen kritische reactie hebben uitgelokt van andere vakbonsleiders, zoals van Robby Berenstein van de vakcentrale C-47. Berenstein maakt zich wel zorgen over de arbeiders bij Suralco/Alcoa en hun dreigend ontslag. Dat liet hij onder andere weten als gast in hetzelfde programma, en op dezelfde dag, waarin Hooghart zijn uitlatingen deed.

Waarom 'opdonderen'
Suralco/Alcoa gaat haar productie tussen juli en september verlagen naar het laagste niveau, 360.000 ton aluinaarde per jaar. Het bedrijf maakte eind mei bekend, dat die stap onvermijdelijk is om de komende 4,5 jaar operationeel te blijven. Door de productievermindering komen tweehonderd vaste arbeiders en zo’n zevenhonderd contractwerkers zonder werk te zitten, aldus het bedrijf.
Al jaren lijdt Suriname ettelijke miljoenen verlies in de bauxietindustrie en betaalt veel meer aan Suralco dan het aan inkomsten ontvangt.
Op 29 mei was Aquilino Paolucci, de regionale president van het Amerikaanse moederbedrijf Alcoa voor Latijns-Amerika en het Caribisch gebied, in Suriname. Hij voerde een gesprek op het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen. Daar werden de opties die er zijn besproken en een ander werd schriftelijk vastgelegd. Alcoa geeft de regering maximaal een jaar de tijd om te kiezen uit de door haar gepresenteerde oplossingsvoorstellen om de bauxietindustrie in het land te redden, waarbij de belangrijkste probleemgebieden energie en de ontwikkeling van nieuwe mijnen zijn.
Voor Alcoa is vooral het oplossen van het energievraagstuk belangrijk. De operaties van Suralco draaien op de ruwe olie van Staatsolie die tegen wereldmarktprijzen wordt geleverd. Door de jaren heen is de wereldmarktprijs voor aluinaarde gedropt van ruim 300 Amerikaanse dollar naar minder dan 180 Amerikaanse dollar per metrieke ton. De energiekosten vertoonden echter een opwaartse trend.
President Bouterse ging vrijdag 30 mei in De Nationale Assemblee (DNA) gedetailleerd in op deze kwestie en onderbouwde zijn mededelingen met cijfers. Hij bedankte zowel de oppositie als de coalitie voor het feit dat ze ‘de ernst van de situatie inzien en hun volle inzet geven om aan dit vraagstuk te werken’. Bouterse voegde er aan toe, dat er ook een internationaal consult wordt ingehuurd.



Het ontstaan van Suralco
Suralco is een dochteronderneming van Alcoa World Alumina and Chemicals (AWAC); een joint venture van de Amerikaanse aluminiumproducent Alcoa (60%) en Alumina Ltd (40%). Alcoa is al sinds 1916in Suriname actief, aanvankelijk onder de naam Surinaamse Bauxiet Maatschappij. Een jaar eerder had Alcoa, dat destijds Aluminum Company of America heette, deskundigen naar Suriname gestuurd om de mogelijkheid voor bauxietwinning te onderzoeken. Het eerste erts werd gewonnen aan de Cotticarivier bij het dorp Moengo in het oosten van het land. Het eerste Surinaamse bauxiet werd in 1922 geëxporteerd. In 1938 werd begonnen met de bouw van een fabriek voor aluminiumverwerking aan de Pararivier. De fabriek, die in 1941 in bedrijf werd gesteld, werd Paranam genoemd, naar de Para- en Surinamerivier.

Aluminum Production & Bauxite Mining: "Aluminum" 1941:


Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de vraag naar aluminium groot; de geallieerde luchtvloot werd grotendeels gebouwd van uit Surinaams erts gewonnen aluminium.

Op 1 maart 1957 sloten de Surinaamse regering en Alcoa een zogeheten richtlijnovereenkomst. De structuur van de 'Surinaamse Bauxiet Maatschappij' werd gewijzigd en de naam werd Suriname Aluminium Company (Suralco).
Op 27 januari 1958 sloot Alcoa de zogenoemde Brokopondo-overeenkomst met de Surinaamse regering. Alcoa verplichtte zich om een stuwdam, een waterkrachtcentrale, een bauxietsmelterij en een fabriek voor aluminiumwinning te bouwen. In ruil kreeg Alcoa een concessie voor 75 jaar om bauxiet te winnen, plus korting op de elektriciteitsprijs. In 1965 werd te Paranam de aluminiumsmelter in bedrijf genomen, die werkte op elektriciteit uit de waterkrachtcentrale van de Afobakadam. Het complex werd op 9 oktober dat jaar officieel geopend door Koningin Juliana.

Video Stuwdam en bauxietwinning in Suriname (1965):


Parlementaire commissie
In De Nationale Assemblee werd 3 juni besloten om voor de oplossing van deze kwestie een commissie in te stellen. DNA-voorzitter Jennifer Geerlings-Simons pleitte voor een commissie, samengesteld uit vier leden van de coalitiefractie en drie uit oppositiefractie:
Carl Breeveld (DOE, Democratie en Ontwikkeling in Eenheid), Ricardo Panka (NDP, Nationaal Democratische Partij), Ronnie Brunswijk (ABOP, Algemene Bevrijdings- en Ontwikkelingspartij), Paul Somohardjo (Pertjajah Luhur), Radjkoemar Randjietsing (VHP, Vooruitstrevende Hervormings Partij) en Ronny Asabina (BEP, Broederschap en Eenheid in de Politiek) en de voorzitter van de parlementscommissie Natuurlijke Hulpbronnen’, Anton Paal (PALU, Progressieve Arbeiders en Landbouwers Unie).

 Dezelfde dag kwamen 's avonds al vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, de vakbond en de overheid in een spoed tripartiet overleg bijeen om de situatie waarin Suralco verkeert en de mogelijke gevolgen te bespreken. Tijdens dat overleg werd duidelijk, dat de vakbeweging nog niet formeel door de regering over de situatie was geïnformeerd.

Vakbondsleider Berenstein van C-47:
‘De kwestie heeft onze bezorgdheid. Er staan niet alleen honderden banen op het spel, maar vermenigvuldig dat met het aantal gezinsleden van de arbeiders.'
Voordat er vanuit de vakbond concreet eisen op tafel gelegd worden over de belangen van de werknemers, moeten er volgens hem eerst een aantal scenario’s op papier gezet worden. ‘Wat zijn de gevolgen als Suralco blijft, maar ook wat zijn de gevolgen als Suralco weggaat’, zei Berenstein. ‘De focus is nu behoud van arbeidsplaatsen.’ Er is geen termijn gesteld waarin antwoord wordt verwacht van de president. ‘We gaan ervan uit dat de regering de zaak heel serieus neemt en het tripartiet overleg ook als serieus beschouwt’, aldus Berenstein.

Zijn collega Murwin Leeflang, voorzitter van de Algemene Werknemers Organisatie (AWO) die opkomst voor de contractarbeiders bij Suralco/Alcoa, liet op 8 juni via Starnieuws weten 'alle reden' te hebben voor 'behoorlijke zorgen'. Hij zei ook dat zijn organisatie nog niets had vernomen van het bedrijf: ‘Het lijkt mij goed dat we officieel ook van de maatschappij horen wat er gaande is en wat de positie is van de contractarbeiders.’
Leeflang benadrukte het belang van een snelle totstandkoming van de Wet op Contractarbeid. De relatie tussen Suralco en de contractors is volgens de vakbondsleider slechts gebonden aan een zogenoemd memorandum of understanding tussen de partijen. Volgens Leeflang geeft dit document slechts de intentie van een moment weer om samen te werken.

De speciale parlementaire commissie startte maandag 9 juni haar eerste gesprekken met vertegenwoordigers van diverse instanties en betrokkenen, waaronder ook de stuurgroep van de regering onder leiding van ondernemer Dillip Sardjoe. Directeur Gillmore Hoefdraad van de Centrale Bank van Suriname en de algemeen directeur van Staatsolie, Marc Waaldijk, van de presidentiële stuurgroep, zeiden kort na hun gesprek met de parlementaire commissie, dat er nog zeker enkele weken nodig zijn om het standpunt van Suriname te formuleren. Volgens Waaldijk moet tijd vanuit Surinaamse zijde helemaal geen probleem te zijn.
‘Het is een zwaarwichtige kwestie met enorme effecten en daar moet je alle tijd voor nemen’, aldus Waaldijk tegenover Starnieuws. Volgens Hoefdraad vindt nu alleen informatieuitwisseling plaats. Daarna worden er nog enkele speciale commissies samengesteld en buitenlandse adviseurs geraadpleegd. Hoefdraad: ‘Het gaat er niet om dat we praten over een vertrek of niet van de Suralco uit Suriname. Er is een probleem en daar gaan we heel zakelijk naar kijken. We zijn in feite nog maar net bij het begin van de discussie.’

'Gebrek aan kennis en kunde debet aan ontstane situatie Suralco/Alcoa'
De Vereniging van Mijnbouwkundigen en Geologen in Suriname (VMGS) kwam gisteren, woensdag 11 juni 2014, met een persbericht waarin zij pleit voor een duurzame oplossing voor de bauxietindustrie. Volgens de vereniging heeft Suriname gefaald om zich minimaal goed voor te bereiden op de situatie. De recente ontwikkelingen in de sector vormen een bron van grote zorg bij VMGS.
'De toekomst van een aanzienlijk deel van onze leden en aspirant leden ziet er, met de mogelijkheid dat er een einde komt aan de bauxietindustrie in Suriname, niet rooskleurig uit. Deze situatie heeft enkel en alleen kunnen ontstaan door het structurele gebrek aan kennis en kunde op geologisch en mijnbouwkundig gebied bij de overheid, haar werkarmen en haar instituten.'

Duidelijk is, dat de door Alcoa gestelde deadline van 13 juni niet door de Surinaamse regering wordt gehaald. De regering stelt meer tijd nodig te hebben om de ontstane situatie goed, met deskundigen en direct betrokkenen, te bestuderen om uiteindelijk met goed onderbouwde voorstellen of een voorstel te komen in de richting van de bestuurstafel van Suralco/Alcoa.

Minister Hok was in april 2012 al somber over toekomst Suralco/Alcoa
Opgemerkt dient te worden, dat Suralco's Managing Director Peter de Wit bij zijn vertrek op 20 april 2012 nog zei de toekomst voor het bedrijf positief in te zien. 'De vraag naar aluminium en dus die van aluinaarde en bauxiet, zal gestadig blijven stijgen in de komende jaren, er wordt een verdubbeling van vraag naar aluminium verwacht in de komende 10 jaar. Aluminium zal een steeds belangrijkere rol gaan spelen in een wereld waarbij urbanisatie, energiebesparing en toenemende mobiliteit centraal staan.'
Hij liet weten dat de heropende Lelydorp I mijn zorgt voor de levering van bauxiet voor de raffinaderij tot 2014. 'De voorbereidingen voor het ontwikkelen van het Nassau Plateau tot bauxietmijn lopen volgens schema. Ook de voorbereidingen voor het heropenen van de Para-Noord en Kankantrie-Noord mijnen worden ter hand genomen. Volgens plan zullen deze mijnen simultaan met de Nassau mijn in gebruik worden genomen en de raffinaderij tot 2025 van bauxiet voorzien.'
De Wit zei er alle geloof en vertrouwen in te hebben dat het goed gaat met Suralco en met het lokale management team en zijn capaciteiten.

De woorden van De Wit wekten verbazing bij minister Jim Hok van Natuurlijke Hulpbronnen. Hij vroeg zich af hoe hij de op dat moment zijnde massale afvloeiing van contractarbeiders bij het bauxietbedrijf moest plaatsen tegenover de verklaring van De Wit. Volgens Hok was door het beleid van de regering Venetiaan-Sardjoe de bauxietindustrie al aan het doodbloeden.
‘Suralco is nu nog in leven, omdat de overheid grote hoeveelheden energie van het bauxietbedrijf koopt. Het bedrijf is nu dus meer energieboer dan bauxiet- of aluinaardeboer. We hopen dat haar plannen voor de ontwikkeling van het Nassaugebied door gaan. Dat ze bijvoorbeeld alvast beginnen met het aanleggen van de weg daar naar toe. Maar, we hebben dat niet helemaal niet in de hand. Anders zal Suralco ook uit Suriname vertrekken. Dat betekent dan wel het einde van de Brokopondo overeenkomst.’ De bewindsman zei verder dat de regering al het mogelijke zal blijven doen om de bauxietindustrie in Suriname te doen herleven.

Overheid heeft verzuimd in te spelen op te verwachten ontwikkelingen in bauxietsector
Let wel, dit zijn woorden uit april 2012! Kennelijk hebben Hok en de regering de afgelopen twee jaren zitten slapen en had in ieder geval de huidige situatie binnen Suralco/Alcoa niet echt een verrassing hoeven te zijn....... De zaken waarover nu indringend wordt gesproken door de parlementaire commissie en vele direct en indirect betrokkenen, hadden al binnen de afgelopen twee jaren besproken kunnen worden. Toekomstscenario's hadden al in rapporten kunnen zijn verwerkt. Maar, enige toekomstvisie en inspelen op toekomstige ontwikkelingen in de bauxietsector (en dat geldt ook voor de goudwinningssector) schijnt te ontbreken op overheidsniveau en dat zal niet de eerste keer zijn.

Noot:
Het internationale persbureau Reuters berichtte vrijdag 13 juni 2014 overigens, dat Alcoa binnen twee jaar vertrekt uit Jamaica en dat het haar mijnbouwbelangen verkoopt aan de multinational Noble Group Ltd., dat haar hoofdkantoor heeft in Hong Kong. Is dit een voorbode voor wat Suriname te wachten staat???

Geen opmerkingen: