zondag 27 juli 2014

'Milieuactivist' en overheid werken samen aan verdere vernietiging Brownsberg Natuurpark

Opmerkelijke samenwerking van vermeende 'Natuurvrienden'

…..pas dan ben je het waard om milieuactivist genoemd te worden

27-07-2014 Door: Paul Kraaijer


Paramaribo – Het unieke Surinaamse, beschermde, natuurgebied Brownsberg Natuurpark, in het district Brokopondo, is al vele jaren, onder toeziend gedoogoog van de overheid en de Stichting Natuurbehoud Suriname (Stinasu) – beheerder van het natuurpark – overgeleverd aan de vernielzucht van 'illegale' kleinschalige goudzoekers ofwel porknokkers. De regering en vele anderen reageerden medio maart 2012 nog gemaakt geschokt bij het zien van een door het WWF Guianas samengesteld fotorapport van het Brownsberg Natuurpark waarin vele luchtopnames waren opgenomen die grote kaalgekapte gebieden blootlegden in het gebied, veroorzaakt door goudwinningspraktijken. Geschokt, met boter op het hoofd, immers iedereen in Suriname wist dondersgoed, ook verantwoordelijke personen en instanties, dat al vele jaren porknokkers aan het werk waren in het natuurgebied en zoetjesaan het gebied letterlijk aan het uithollen waren.

Halfslachtig en zinloos beleid gesteund door 'milieubeschermers'
Sinds 2012 is er echter helaas nauwelijks iets veranderd. Nog steeds zijn illegale goudzoekers werkzaam in delen van het beschermde natuurgebied. Als klap op de vuurpijl werd in mei dit jaar bekend, dat al die honderden porknokkers waarschijnlijk van de overheid 1.000 hectare grond in dat natuurpark (!) toegewezen krijgen om legaal naar goud te mogen mijnen. Aan het zuidelijke deel van het gebied zou ter compensatie een stuk gebied ter grootte van 4.000 hectare worden toegevoegd, als goedmakertje. (Lees ook dit artikel in de rubriek Keerpunt van De West van zaterdag 19 juli 2014.)

WWF Guianas woordvoerster Karin Spong ziet deze aanpak zowaar als een duurzame en een realistische oplossing. 'Vooral, omdat die ruim 1.000 hectare toch al helemaal vernietigd is door goudzoekersactiviteiten. En het feit dat er in het zuiden van het park 4.000 hectare bij komt, is positief', zo liet ze 17 mei tegenover de Ware Tijd weten. Dus, omdat een groot aantal hectares en dus een unieke biodiversiteit toch al kapot is gemaakt door de illegale porknokkers, krijgen ze elders in het gebied een nieuw stuk om vervolgens dat ook weer te vernietigen en dat is in de ogen van het WWF een 'duurzame' oplossing. Kennelijk zien zowel de overheid als het WWF niet, dat met deze 'oplossing' een probleem wordt verschoven naar de toekomst en ook nog eens letterlijk naar een ander deel van het natuurpark en dat dit natuurlijk dweilen met de kraan wagenwijd open is.
De essentie van dit zogenoemde, halfslachtige, overheidsbeleid is heel simpel: het Brownsberg Natuurgebied en haar unieke biodiversiteit blijven in de toekomst een prooi voor, legale, kleinschalige goudzoekers.
In de wereld staat Suriname bekend, en wordt zelfs geroemd, om haar bescherming van het tropisch regenwoud en daar loopt het land vanzelfsprekend ook mee te koop tijdens allerlei internationale bijeenkomsten, congressen en dergelijke, maar zaken als de voor de biodiversiteit en dat regenwoud funeste activiteiten van illegale en legale kleinschalige goudzoekers gedoogd door de regering en natuurbeschermers, komen niet op tafel, worden verzwegen.

Natuurbeschermer heeft geen probleem met goudzoekers in Brownsberg Natuurpark
Dat beleid van dweilen met de kraan open, dat de unieke biodiversiteit van het Brownsberg Natuurpark ondergeschikt maakt aan de zucht naar goud van enkele honderden goudzoekers die in die zucht de flora en fauna vermorzelen, blijkt ook nog eens gesteund te worden door iemand die zich constant via lokale media profileert als milieuactivist, Erlan Sleur. Niet alleen gesteund, maar hij werkt er zelfs actief aan mee. Sleur valt door de mand. Hij leidt twee vermeende milieuorganisaties: de stichting ProBioS (Protect Our Biodiversity in Suriname) en 'Natuurvrienden van Brownsberg', dat niets meer en niets minder is dan een Facebookpagina en pas bestaat sinds 30 mei 2014!


Maar, wie is die Sleur, de man die zich sinds een paar jaar opwerpt als milieuactivist? De kleine Sleur verliet in 1975 op 10-jarige leeftijd met zijn moeder Suriname om naar Nederland te gaan. Hij bleef daar maar liefst 31 jaar en volgde er laboratoriumonderwijs in Amsterdam, behaalde de deelcertificaten biochemie, biologie en natuurwetenschappen aan de Open Universiteit en studeerde toxicologie. Geen enkele studie, geen enkele opleiding werd echter afgerond. In 2006 vond hij de tijd rijp om terug te keren naar Nederland en kon in mei van dat jaar aan het werk als pr-manager bij Stinasu, de beheerder van het Brownsberg Natuurpark. Uiteindelijk verliet Sleur in februari 2008 Stinasu en ging werken bij het Nationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling in Suriname (NIMOS). Maar al na een paar maanden verliet hij, naar eigen zeggen, teleurgesteld dit instituut. 'De toenmalige directeur Sylvia Ang bleek in de top van de politieke partij Pertjajah Luhur te zitten. Daarnaast was ze ook nog eens directeur van een chemische fabriek. Dat was toch niet te rijmen met haar functie als NIMOS-directeur? Bovenal is het NIMOS een leeg omhulsel. Een soort papieren tijger. Wat doe ik daar eigenlijk, begon ik me af te vragen', zo liet hij mij eind 2010 weten tijdens een interview dat ik met hem had voor het blad Parbode.

Een trots ogende Erlan Sleur (r) naast John Nay op Brownsberg
De afgelopen jaren heeft Sleur zich opgeworpen als 'milieuactivist', vooral als het gaat om de risico's van kwikgebruik door kleinschalige goudzoekers. Maar, iedere keer als je iets van de man leest of hoort is duidelijk te merken, dat hij niet echt beschikt over voldoende kennis van zaken van de onderwerpen die hij aanroert. Hij lijkt zichzelf belangrijker te vinden en vindt het reuze interessant om op de voorgrond te treden, bijvoorbeeld tijdens een vierdaagse fietstocht met de toenmalig Amerikaanse ambassadeur John Nay in april 2012 ter gelegenheid van 'World Earth Day' tijdens welke tocht onder andere het Brownsberg Natuurpark werd aangedaan. Sleur is een ijdeltuit die graag voor de gevoelige lens van een fotocamera poseert. Laat onverlet, dat zijn bedoelingen als 'milieuactivist' gemeend kunnen zijn, maar hij was en blijft een eenling, een zonderling, die nauwelijks moeite doet om bijvoorbeeld zijn stichting meer 'body' te geven en die ook nog eens tegenstrijdigheden aan de dag legt in zijn activiteiten als 'milieuactivist'.

Sleur op en top, 'stoer' op expeditie bij Stonwatervallen (Foto: Sleur)
De man kwam rond 15 juli weer eens in het nieuws, toen hij met enkele vrienden en twee leden van de zwaar bekritiseerde, in december 2010 in het leven geroepen, mislukte presidentiële Commissie Ordening Goudsector een toeristisch uitstapje had gemaakt naar de Stonwatervallen in het Brownsberg Natuurpark. Hij deed echter voorkomen alsof het een heuse en gevaarlijke expeditie was geweest. Sleur sprak in allerlei media steeds over een expeditieteam. Hij weet het te brengen. De vermeend milieuactivist sprak ook weer eens zijn zorgen uit over de aanwezigheid van goudzoekers in het gebied. Maar, bij die zorgen kunnen grote vraagtekens geplaatst worden. Er zit iets fundamenteels tegenstrijdigs in de bezigheden van Sleur.

Hij plaatste op de nieuwswebsite Obsession Magazine deze tekst onder een artikel over zijn uitstapje naar de Stonwatervallen, naar aanleiding van het feit dat Obsession Magazine berichtte dat ProBioS niet beschikt over een website:

'Alle activiteiten van ProBioS worden vanuit haar facebook pagina “ProBioS Erlan” en de Facebookgroep “Natuurvrienden van Brownsberg” bekend gemaakt. De website van ProBioS (www.probios.org) is voorlopig bij gebrek aan middelen on hold gezet. Wij zijn een kleine milieuorganisatie zonder budget. Alles wordt bekostigd uit eigen zak. Wij klagen niet maar doen wat wij kunnen met onze beperkte middelen om bij te dragen aan natuurbescherming.
Erlan Sleur
Namens de “Vrienden van Brownsberg” en de stg. ProBioS'

'Gebrek aan middelen'? De reden voor het 'on hold' zetten van probios.org zal meer liggen in gebrek aan kennis, gebrek aan zinvolle informatie. 'Gebrek aan middelen'?, maar wel met regelmaat op pad in het Brownsberg Natuurpark en elders in Suriname. Zoiets kost geld. Een kwestie van prioriteiten stellen. Daarenboven maakt hij ook niet alle activiteiten van ProBioS via Facebook bekendgemaakt.
Grenslijnbordjes plaatsen in Brownsberg Natuurpark

Een 'grenslijnbord' (Foto: 'Natuurvrienden van Brownsberg')
Het laatste geplaatste bericht op de Facebookpagina 'ProBios Erlan' dateert van 27 juni en is een foto van een paar vliegende schaarbekken. Daarvoor dateert het eerstvolgende bericht van 30 april en dat is slechts een summiere een reactie op dit artikel. Over het uitstapje naar de Stonwatervallen was vandaag nog niets gepubliceerd op beide Facebookpagina's. Op de Facebookpagina 'Natuurvrienden van Brownsberg' dateert het laatste bericht van 30 juni over het plaatsen van een aantal 'markeerborden' van de Commissie Ordening Goudsector in het Brownsberg Natuurpark. Een duidelijk voorbeeld van hoe Sleur met deze commissie samenwerkt en dus ook aan het afstaan van een stuk gebied van het Brownsberg Natuurpark aan goudzoekers. Al werkelijk 'alle activiteiten' van ProBios zouden worden bekendgemaakt, dan gaat het om een bedroevend laag aantal......

De zorgen van Sleur met betrekking tot het Brownsberggebied vallen dus wel mee. Vreemd, als je in ogenschouw neemt dat hij met het WWF Guianas in 2012, als fotograaf, heeft samengewerkt aan een fotorapportage over het Brownsberg Natuurpark en van 2006 tot 2008 werkzaam was als communicatiemedewerker bij Stinasu – en nu samenwerkt met de Commissie Ordening Goudsector, onder de vlag van 'Natuurvrienden van Brownsberg' en aan het ter beschikking stellen van 1.000 hectare aan de illegale porknokkers in dat natuurgebied.

Sleur plaatste 30 juni het volgende (tekst is letterlijk, inclusief taal- en andere fouten, overgenomen) op de Facebookpagina van de 'Natuurvrienden':

'Mijn brief aan de OGS voorman de heer gerold Dompig nadat ik de nieuwe grenslijn ben gaan verkennen (deel van het park dat zwaar vernietigd is door goudzoekers wordt afgestoten ten behoeve van de goudzoekers en er moet een nieuwe grens worden getrokken) en heb moeten constateren dat deze veelste dicht op de toeristen activiteiten in het park is. (...)'

'(...) 6. Een andere zaak die ook in de gaten moet worden is dat de goudzoekers via prospecten eerst moeten aantonen dat er goud op een gepaalde plek is want nu is men gewoon ruwweg met een bulldozer het bos aan het omver dozeren. Dit kan echt niet. Pas als men goed heeft geprospect mogen ze om toestemming vragen dat deel van het bos weg te halen anders krijgen we onnodige kaalslag. (...)'

Sleur, nogmaals hij is pr-medewerker geweest van Stinasu, werkt dus werkelijk mee aan de vernietiging van het natuurgebied door illegale kleinschalige goudzoekers, maar heeft dat waarschijnlijk zelf niet door. Hij vindt dus dat goudzoekers in het natuurpark naar goud mogen mijnen, maar niet alvorens zij hebben aangetoond dat er werkelijk goud in de bodem zit. Voor deze man is zijn eigen ego belangrijker dan daadwerkelijke bescherming van het Brownsberg Natuurpark en de daar aanwezige unieke biodiversiteit.

Als je je werkelijk wilt profileren als milieuactivist en als natuurvriend van het Brownsberg Natuurpark, dan zou je je juist moeten verzetten en wellicht zelfs in actie moeten komen tegen het verstrekken van een deel van het natuurgebied aan goudzoekers, zodat die weer, maar nu illegaal en ongehinderd, een stuk unieke biodiversiteit kunnen vernietigen en daar zeker niet aan, willen, meewerken. Dat daar tegenover staat, dat het natuurgebied mogelijk 4.000 hectare extra krijgt is slechts een douceurtje en het wachten is op de dag dat de legale goudzoekers goud gaan mijnen buiten de aan hen verstrekte 1.000 hectare grond.

En dan moet je je ook niet teksten als onderstaande tekst (letterlijk overgenomen) publiceren op je Facebookpagina van 'Natuurvrienden van Brownsberg'(een tekst die geschreven had kunnen zijn door iemand die echt bezorgd is over het Brownsberg Natuurpark):

'Het behoud van de Brownsberg als natuurgebied is van groot belang voor ons Surinamers. Help ons in de strijd tegen de goudzoekers.

Het behoud van de Brownsberg als natuurgebied is van ongelofelijk groot belang voor ons Surinamers. Niet alleen van al dat mooi esthetisch gebied maar vooral van de bijzonder rijke biodiversiteit aan fauna en flora waarbij er nog steeds nieuwe meestal endemische soorten worden gevonden. Velen van ons die ooit kennis hebben gemaakt met al dat moois zijn zich ervan bewust dat al dit moois dat zich over miljoenen jaren heeft ontwikkeld niet eenvoudig vernietigd mag worden. Vele miljoenen dollars zijn er door diverse donor organisaties waarvan WWF de belangrijkste is in het gebied gepompt om daar natuuronderzoek, natuureducatie en natuurtoerisme te ontwikkelen. STINASU heeft in het verleden heel goed werk verricht en de strijders voor ontwikkeling behoud van het park voor ecotoerisme is het ook een doorn in het oog om te zien hoe de politiek in ons land STINASU heeft omgevormd tot een paria binnen de wereld van natuurbeschermers. Wij “Natuurvrienden van Brownsberg” eisen dan ook van deze zelfde politiek dat zij meer respect gaan tonen voor de Brownsberg en dat ze nu serieuze stappen gaan ondernemen om het natuurpark tegen de oprukkende goudzoekers te beschermen. Dit kan alleen als wij ons ook massaal gaan groeperen om onze proteststem te laten horen tegen deze vernietiging van ons park. Nodig al je FB-vrienden uit om ons protest te ondersteunen in het belang van de mooie dieren en bomen en planten van de Brownsberg. Doe het alsjeblieft want wij hebben uw steun hard nodig.

Erlan Sleur
Voorzitter van ProBioS
Namens “Natuurvrienden van Brownsberg” '

…..pas dan ben je het waard om milieuactivist genoemd te worden
Sleur eist van de politiek respect voor 'de Brownsberg' en dat ze 'nu serieuze stappen gaan ondernemen om het natuurpark tegen de oprukkende goudzoekers te beschermen'. Mooie eis, maar wel zeer hypocriet, als je zelf als 'natuurvriend' in het Brownsberg Natuurpark samenwerkt met de Commissie Ordening Goudsector en meewerkt aan het ter beschikking stellen van 1.000 hectare van het gebied aan porknokkers om ze van een illegale status over te hevelen naar een legale status, in het Brownsberg Natuurpark..... Een proteststem van Erlan Sleur heb ik in dezen tot de dag van vandaag nog niet gehoord. Neen, de man plaatst zelfs grenslijnbordjes van de commissie in het natuurgebied.

Natuurlijk, hebben bewoners van Nieuw Koffiekamp recht op hun broodwinning, maar moet en kan er nu werkelijk alleen in de omgeving naar goud worden gemijnd in dat ene unieke natuurgebied, het Brownsberg Natuurpark? Laat Sleur en consorten eens op zoek gaan naar een gebied voor de porknokkers buiten het Brownsberg Natuurpark en de Commissie Ordening Goudsector en wellicht ook de Geologische Mijnbouwkundige Dienst en het ministerie van Ruimtelijke ordening, Grond- en Bosbeheer ook die richting op sturen en desnoods begeleiden. Pas dan ben je het waard om milieuactivist genoemd te worden en als milieuactivist door het leven te gaan.

Overigens, Sleur zou nu werkzaam zijn bij een van de grootste ondernemingen in Suriname, Rudisa, een bedrijf dat een grote bijdrage levert aan de milieuvervuiling in Suriname door onder andere de productie van petflessen met frisdranken en drinkwater.....Hoe milieubewust is Sleur werkelijk......?  

(Lees hier een artikel over petflessenproblematiek in Suriname van 26 januari 2012 van de Wereldomroep en de reactie er onder van ProBios, lees Erlan Sleur. Die reactie zegt voldoende over het gebrek aan kennis van zaken bij Sleur die beweert 'Als oud STINASU en NIMOS medewerker die zijn milieustudie in Nederland heeft gedaan weet ik er alles van.' Dit typeert de man volledig.)

Voor wie geen idee heeft wie deze zelfverklaarde milieuactivist is, kijk naar onderstaande beelden van het programma 'In Huis' van Rasonic Televisie in Nickerie van 13 januari dit jaar:

maandag 21 juli 2014

Autoritaire leiding gevangenbewaarders in Suriname negeert vakbondsrecht: een overzicht 2010 - juli 2014

Het jarenlange rammelen van het Surinaams gevangeniswezen

Vakbondsrecht met voeten getreden door ministerie

De constante strijd tussen vakbondsman Gallant en minister Belfort

21-07-2014 Door: Paul Kraaijer


Paramaribo – Al jarenlang lijkt de sfeer in het Surinaamse gevangeniswezen te zijn verziekt. Het rammelt aan alle kanten in de paar penitentiaire inrichtingen. Met regelmaat zijn er conflicten tussen de leiding en de penitentiaire ambtenaren (pa's) ofwel de gevangenbewaarders. Daarnaast zijn er penitentiaire inrichtingen zo lek als een mandje. Van alles kan door bezoekers, al dan niet met hulp van personeel, een gevangenis binnen worden gesmokkeld voor gedetineerden. De afgelopen weken waren er weer eens enkele incidenten die duidelijk maken hoe slecht het is gesteld met de leiding van gevangenissen en de houding tegenover de vakbond en haar leden.

Begin juli werd bekend, dat de directeur en onderdirecteur van de Centrale Penitentiaire Inrichting Santo Boma uit hun functie zijn ontheven. Ze, directeur Regillio Blijd en onderdirecteur C.L. Sedoc, werden uit hun functie gezet vanwege misstanden in Santo Boma en het daar gevoerde wanbeleid. De directeur werd vervangen door zijn collega van de penitentiaire inrichting Hazard in het district Nickerie, Otmar Ling.

Hoofd Delinquentenzorg ondermijnt vakbondsrechten
Praktisch op hetzelfde moment dat dit bekend werd, liet het diensthoofd van de afdeling Delinquentenzorg van het ministerie van Justitie en Politie, Paulus Pinas, van zich horen. Hij adviseerde pa's om geen lid te zijn van de vakbond. Alleen dan zou het korps volgens hem vooruitgang boeken. Opmerkelijk is, dat Pinas zelf jarenlang leiding heeft gegeven aan de Bond van Penitentiaire Ambtenaren in Suriname, BPAS, en zei niets fout te zien in zijn oproep, vooral niet omdat het bondsbestuur helemaal niets voor haar leden zou hebben bereikt. Met de oproep is Pinas zich gaan bemoeien met vakbondswerk en dat is een kwalijke en verwerpelijke zaak. De vakbeweging reageerde dan ook als aangeschoten wild.

In een brief aan president Desiré Bouterse heeft de Raad voor Vakcentrales in Suriname (RaVakSur) om een correctie van Pinas' uitlatingen gevraagd. Pinas zou een vijandige houding tegenover de vakbond van gevangenisbewaarders aannemen. In de brief wordt gevraagd om Pinas terug te fluiten. Gebeurt dit niet, dan schroomt RaVakSur er niet voor ‘verdere stappen te ondernemen.’

Al sinds 2010 onrustig
Het was de zoveelste keer dat het zeer onrustig is in het Surinaamse gevangeniswezen. Sinds april 2010 is het feitelijk constant onrust binnen de muren van de diverse penitentiaire inrichtingen. Onrust, vooral op het terrein van arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden en in navolging daarvan zijn er vele botsingen geweest tussen de vakbond, waarbij zo'n 500 van de in totaal ongeveer 700 penitentiaire ambtenaren zouden zijn aangesloten, en de leidinggevenden, tussen bondsvoorzitter Gustaaf Gallant en minister Edward Belfort van Justitie en Politie.

Bouw opleidingscentrum te Santo Boma wekt wrevel bij bond
Zo was begin maart 2011 de nodige djoegoe djoegoe rond activiteiten op het gevangenisterrein te Santo Boma. De bond eiste dat die zouden worden stopgezet. Derden waren daar bezig voorbereidingen te treffen voor bouwwerkzaamheden van een opleidingscentrum. Het ging om een terrein van ruim 63 hectare. Dit terrein behoort sinds 1962 toe aan de gevangenis. Maar, volgens bondsleider Gallant is het terrein bestemd voor veeteelt en teelt van groente en fruit, een plaats waar gedetineerden kunnen resocialiseren. Gallant: 'Wij gaan dit terrein niet opgeven. Ambtenaren van Openbare Werken waren komen opmeten. Wij horen dat daar een brandweerkazerne zal komen. Maar dit zijn niet de afspraken. De minister moet verschillende zaken in orde maken. En er moeten nu resultaten komen, want we zouden voor 2 maart antwoord krijgen.'
Maar, vele brieven van de bond aan minister Martin Misiedjan van het ministerie van Justitie en Politie bleven onbeantwoord.

Beraad was niets anders dan staking
De bond vecht ook al jaren voor een betere positie van de gevangenbewaarders. Daarnaast willen zij een eigen korps, met eigen commandant en vaandel. Verder was er onvrede onder de gevangenbewaarders over de restitutie van de door penitentiaire ambtenaren voldane eigen bijdrage aan het Staatsziekenfonds en de uitvoering van de in 2000 overeengekomen detacheringstoelage. Omdat de minister de eisen niet serieus zou nemen, kwam de bond in maart en april 2011 een paar keren in actie. Hoewel bondsvoorzitter Gallant sprak van 'beraad' was er gewoon sprake van een staking, een werkonderbreking.
De acties hadden tot resultaat, dat vicepresident Robert Ameerali beloofde geld vrij te maken om een deel van de premie van Staatsziekenfonds eind mei terug te storen. De rest zou worden geplaatst op de begroting voor 2012 en vanaf januari 2012 zou de premie gefaseerd worden voldaan. Acties werden 10 april 2011 opgeschorst.

Regering kwam beloften niet na: stakingen gevolg
In augustus 2011 werd het weer onrustig onder het gevangenispersoneel. De regering was gedane beloften aan de bond verre van nagekomen. Daarnaast bleken pa's zonder medeweten van het bondsbestuur aan andere departementen te zijn uitgeleend. Gallant: 'Het hele korps is ondersteboven, het wordt alleen maar rommeliger en de verwarring onder de leden neemt toe.'
Acties dreigden weer.

De penitentiaire ambtenaren bleven vasthouden aan de eis, dat een in 2000 goedgekeurd herstructureringsplan moest worden uitgevoerd. Hierdoor zouden zij dezelfde positie krijgen als agenten en brandweerlieden.
Dat herstructureringsplan voorziet in een eigen korps voor de pa’s, een eigen commandant en een betere positie.
Gallant had op 1 augustus nog een gesprek met de minister: 'Het was een gesprek van ergens naar nergens. De minister wilde bepalen waar over gesproken zou worden. Voor de onderwerpen terrein Santo Boma en afdelingshoofd Penitentiaire Ambtenaren had hij geen oor.'
De pa's besloten 26 augustus 2011 weer in staking te gaan. Er was geen vertrouwen meer in onderdirecteur Edward Belfort van het ministerie. De bond zegde de samenwerking met hem op. De staking zou pas worden opgeschort als het ministerie met daden zou komen. De actie werd echter niet overal gesteund. De meeste gevangenbewaarders in Nickerie waren gewoon aan het werk. Gallant: 'De leden moeten hun geweten raadplegen en zelfstandig beslissen wat ze willen doen. Maar de meerderheid heeft ervoor gekozen om niet met zich te laten sollen. Wij zijn meer dan tien jaar bezig om zaken in orde te krijgen. Nu is het mooi geweest. Deze keer is het menens. Het moreel onder de leden is hoog. Wij gaan geen genoegen nemen met loze beloften. We zijn al tien jaar bezig en nu willen wij resultaat zien.'

Aan het lijntje houden
Dat het echt menens was eind augustus 2011 bleek toen de BPAS het een ultimatum van het ministerie van Justitie en Politie om de actie te beëindigen naast zich neer legde. Minister Martin Misiedjan had de bond tot een bepaald tijdstip de tijd gegeven om het werk te hervatten. De minister deelde de bond mee dat de regering naar de rechter zou stappen wanneer de werkzaamheden niet zouden worden hervat. De bondsleden verwierpen unaniem de eisen van Misiedjan. 'Wij gaan ook geen genoegen nemen met een nieuwe commissie die onderzoek moet verrichten naar de dienst. Er zijn al zoveel rapporten uitgebracht. Wij worden al langer dan tien jaar aan het lijntje gehouden', sprak Gallant.

Het ministerie liet weten, dat de benoeming van een diensthoofd voor het Korps Penitentiaire Ambtenaren een aangelegenheid van de regering was. De BPAS wilde daarin echter ook inspraak hebben.

Justitie en Politie: Dan maar naar de rechter
Misiedjan bleef echter bij zijn standpunt, dat de acties beëindigd moesten worden om te kunnen werken aan de oplossingen. 'Dan gaan we maar naar de rechter. Wij hebben vertrouwen in de rechtsstaat, want wij zoeken al meer dan tien jaar ons recht', was de heldere reactie van de vakbondsleider.
De bond moest op 1 september al voor de rechter verschijnen, als gedaagde door het ministerie van Justitie en Politie.

Gallant: 'Wij kennen onze zaak en wij zijn met een rechtvaardige strijd bezig.' In de rechtszaal bereikten het Korps Penitentiaire Ambtenaren (KPA) en het onderdirectoraat Delinquenten Zorg van het ministerie van Justitie en Politie consensus. Er werd een akkoord bereikt waardoor de rechter geen vonnis hoefde te vellen.
Dat akkoord hield in, dat de bestaande structuren binnen het korps gehandhaafd zouden blijven, maar dat er in december een begin zou worden gemaakt met de herstructurering. De penitentiaire ambtenaren mochten een vertegenwoordiging aanwijzen die zitting neemt in de herstructureringscommissie. Met deze uitkomst kwam er een einde aan zeven dagen acties van de gevangenbewaarders. De acties werden tot 15 december opgeschorst, de dag dat partijen weer voor de rechter moesten verschijnen om te bespreken hoe de herstructurering verliep.

Acties taboe voor rekruten
De rechtszaak van het ministerie van Justitie en Politie tegen de bond werd sinds 15 december een paar maal uitgesteld. Dat gebeurde op 12 april 2012 weer. Volgens bondsvoorzitter Gallant werd hiermee politiek bedreven. 'Wij alleen zijn de verliezers omdat het ministerie normaal doorgaat met zaken waarover we juist een dispuut over hebben. Onze rechten worden steeds maar vertrapt. Wanneer het sommige mensen goed uitkomt, is de rechtsstaat in gevaar en wanneer het ze niet goed uitkomt, is dat niet zo', zei Gallant. Die rechtszaak liep al sedert 2 september 2011. Op 15 december werd de zaak verschoven naar 12 januari 2012 en kon Justitie haar betoog houden. Het ministerie vroeg toen uitstel tot 26 januari. Op 2 februari 2012 kon de bond schriftelijk reageren en de behandeling van de zaak werd verplaatst naar 12 april. Er zou uitspraak worden gedaan. 'Maar vandaag kreeg onze advocaat weer te horen dat de zaak is uitgesteld naar 15 mei. Dus wat op 15 september vorig jaar had moeten gebeuren, zal nu pas plaatsvinden, dit terwijl de rancune vanuit het ministerie alsmaar doorgaat’, sprak Gallant. Volgens hem was de arbeidsrust binnen de penitentiaire inrichtingen nog altijd niet gegarandeerd en wordt elk contact door het ministerie met de bond vermeden. 'Sinds 2 september vorig jaar is het gisteren voor het eerst dat we zijn uitgenodigd door het ministerie, maar er is nog niets concreets.’ 

Nieuwe minister: Edward Belfort, oud-onderdirecteur op ministerie
Begin juni liet de op 17 mei aangetreden nieuwe minister van Justitie en Politie, Edward Belfort, weten een juiste werkhouding van de bondsleden te verwachten. Zij zouden zich dagelijks met 'bondszaken' bezighouden. De voorzitter van de bond, Gallant, stelde dat Belfort (die een jaar lang waarnemend hoofd was van de dienst) met vooroordelen te werk ging en bewust de pa’s op een verkeerde manier behandelde Zo weigerde de bewindsman de door de rechter aangewezen interim commandant van de dienst aan te spreken en te erkennen. Belfort beweerde geen interim commandant te kennen. Maar, volgens Gallant had de rechter op 15 mei besloten dat er een interim commandant was die door de leiding van het ministerie moest worden aangesproken om de belangen van de gevangenbewaarders te bespreken. Dat werd weer ontkend door Belfort. Hij beweerde zelfs, dat Gallant en andere bondsleden misbruik maakten van hun vakbondsrechten en niet aan het werk verschenen. 'Ik heb ze gevraagd om een activiteitenprogramma zodat ik ze tegemoet kan komen als werkgever. Maar daar hebben ze geen gehoor aan gegeven. Ze verstrekken de gemeenschap heel wat verkeerde informatie, maar de waarheid zal wel aan het licht komen wat de bond betreft', aldus de kersverse minister.

Drie actiepunten bij bond
Gallant liet op 6 juni 2012 via de nieuwswebsite Starnieuws weten, dat een uitspraak in de rechtszaal op 19 juni 'een einde zal maken aan alle politieke intriges en aanvallen op de penitentiaire ambtenaren'. Volgens hem ging het om drie punten: de financiële waardering voor het korps, de voorziening in toelagen en de herstructurering, waarbij een interim coördinator en een vertegenwoordiger vanuit de penitentiaire ambtenaren zijn aangewezen. De interim coördinator zou de plaats moeten innemen van de politieke functie van ‘onderdirecteur Delinquentenzorg'. Het korps wilde al jaren dat de dienst geleid zou worden door een hoge officier vanuit de eigen achterban, zoals bij de politie er een korpschef is en niet een politieke persoon. De reactie van Belfort was a la Belfort's: de bond zou van een koude kermis thuiskomen. 'Nu is de dienst uitgebreid met andere afdelingen die direct en indirect te maken hebben met het korps. Zij zijn allemaal ondergebracht in een onderdirectoraat van het ministerie. Nu is er een totaal andere situatie en moeten we met de ontwikkelingen meegaan', vond minister Belfort.
Gallant zei echter, dat vanuit het ministerie er alles aan werd gedaan om de dienst niet als een volwaardig korps te laten functioneren. Zo werden de manschappen onthouden van groeimogelijkheden. Er waren geen trainingen, het ontwikkelingsniveau werd bewust laag gehouden. Er waren geen goede voorzieningen en werd van alles wat negatief was in de schoenen van de manschappen geschoven.

Achterdocht over en weer
Beide partijen verweten elkaar een dubbele agenda te hebben. Gallant zei, dat de dienst deze behandeling kreeg zodat de politieke intriges normaal kunnen doorgaan. 'Maar wij zullen niet zwichten hiervoor en zullen door blijven vechten voor onze rechten.'

Tussen Gallant en Belfort speelde ook nog een persoonlijke vete, omdat Gallant zich zou hebben verzet toen in november 2011 Belfort werd benoemd als waarnemend onderdirecteur van de dienst delinquentenzorg.

Na juni 2012 werd het enigszins rustig. De spanning tussen het ministerie en de bond verdween even. Overigens werden op 16 juni nog acht penitentiaire ambtenaren, werkzaam bij strafinrichting Hazard in Nickerie, buiten functie gesteld. Hun betrokkenheid bij de ontvluchting van drie gedetineerden werd onderzocht.

Penitentiaire inrichting Hazard
Coup in bestuur bond: nieuwe ster werd enige tijd Lucille Noora
De bond kwam weer in het nieuws toen begin februari 2013 bekend werd, dat het bestuur, onder leiding van Gustaaf Gallant, in Nickerie was afgezet. In Nieuw Nickerie kozen rond de 55 gevangenbewaarders tijdens een vergadering Lucille Noora als nieuwe voorzitter. Volgens Gallant was er sprake van een coup van minister Belfort. 'Ik ben niet afgezet', zei Gallant, die uiteraard dat nieuwe bestuur niet erkende. Die vergadering was belegd op verzoek van 25 bondsleden, nadat Gallant eerder had geweigerd een vergadering te beleggen.
Volgens Noora bestond het bestuur-Gallant uit slechts vijf personen en dat zou niet statutair zijn geweest. Zij ontkende aangezet te zijn door minister Edward Belfort om in offensief te gaan tegen Gallant. 'Ik heb geen contact met de minister', liet Noora weten.
Een actiegroep onder leiding van Marlon Soetosenojo had de algemene leden vergadering bijeengeroepen. Deze vergadering werd belegd op initiatief van de leden in Nickerie. Zij hadden een vergadering aangevraagd voor 16 januari. Het bestuur-Gallant kwam op 17 januari in Paramaribo bijeen, waarbij volgens Soetosenojo fictief 253 handtekeningen geplaatst waren. Achteraf bleek dat er maar 67 leden aanwezig waren en de aangevraagde vergadering niet werd behandeld.
Volgens Noora heeft Gallant altijd mensen zand in de ogen gestrooid met misleidende verhalen. De leden zijn volgens haar opgehitst tegen het beleid van minister Belfort. Gallant was begonnen met dertien bestuursleden.

Gallant op zijspoor gezet door bewindsman
Het interim bestuur van de BPAS bestond uit Lucille Nora, Glenn Ommen, Samuel Austin, Vinod Jhinkoe, Wendel Pinas, Marlon Soetosenojo, Soerin Bishesar, Melvin Lie A Ling, Frans Tanti en Kenneth Weimans. Austen en Pinas waren van het bestuur-Gallant afkomstig. Gallant vond deze verkiezing een lachertje. 'Het is een bijeenkomst, geen algemene ledenvergadering. Wij houden vrijdagavond een ledenvergadering waarbij het bestuur aangevuld zal worden', sprak Gallant.
De uitspraak van Gallant, dat de situatie rond het bondsbestuur in Nickerie een coup was van minister Belfort, viel bij de bewindsman niet goed. Hij kondigde juridische stappen aan tegen de bondsvoorzitter die buiten functie werd gesteld. Ook zou Gallant hebben gezegd: 'De minister heeft publiekelijk gezegd dat hij zijn plannen klaar had. Hij heeft ons niet eens ontvangen voor een kennismaking. Het is duidelijk dat mensen omgekocht zijn.'

Gallant beweerde dat de bewindsman de bond had gedwarsboomd. Alles wat ten overstaan van de rechter was afgesproken, had de minister naast zich neergelegd. De bond was niet eens ontvangen door Belfort. 'Voor ons is er geen vervoer beschikbaar, want er moet worden bezuinigd, maar de leiding heeft wel een bus ter beschikking gesteld om de actiegroep te vervoeren naar Nickerie', zei Gallant. Hij zei ook, dat hij zijn vakbondswerk doet, maar dat hij steeds persoonlijke aanvallen krijgt.
Een paar dagen na de vergadering in Nieuw Nickerie waar een nieuw bondsbestuur werd gekozen, was er een algemene ledenvergadering in Paramaribo. Het bestuur met vier leden aangevuld. Er waren 167 leden aanwezig die de actie van Lucille Noora veroordeelden en Gallant erkenden als voorzitter van de BPAS. Gallant zei te hopen dat de leiding van het ministerie bereid was om via overleg de problemen op te lossen.

Gallant verweerde zich rond 9 februari 2013 bij de leiding. Hij was buiten functie gesteld na uitspraken op Starnieuws over de betrokkenheid van minister Edward Belfort van Justitie en Politie om hem af te zetten. De actiegroep zou steun hebben gekregen van de minister die publiekelijk gezegd heeft dat 'hij zijn plannen klaar had'. De bondsman wees onder andere op de diverse (internationale) verdragen waarin vakbondsrechten en vrije meningsuiting zijn gewaarborgd. De bondsvoorzitter vond dat hij onterecht buiten functie was gesteld.

Minister Michael Miskin van Arbeid, Technologische ontwikkeling en Milieu ontving 13 februari 2013 de vakbondsleiders Robby Berenstein van C-47 en Errol Snijders van de Moederbond, die het gesprek hadden aangevraagd om het buiten functie stellen van vakbondsleider Gustaaf Gallant te bespreken. De twee vakbondsmannen hadden met verwijzing naar de Grondwet, de door Suriname geratificeerde conventie van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) en andere bepalingen duidelijk gemaakt, dat minister Edward Belfort van Justitie en Politie een ernstige fout had gemaakt. Berenstein liet verder weten dat de vakbeweging niet zou accepteren dat het recht van vakbondsleiders op deze manier zou worden aangetast.

Gallant, die niet bij het gesprek was, voelde zich gesterkt met de acties van de Moederbond, waar zijn bond bij is aangesloten, en C-47. Dit gold ook voor Conventie nummer 135 van de ILO, waarin het werk en de vakbondstaken van een bondsbestuur worden geregeld. Ook Berenstein verwees daarnaar en zei dat met nadruk daarin wordt vermeld dat de vakbondsleider zonder enige belemmering alle ruimte moet krijgen zijn vakbondsactiviteiten te kunnen uitvoeren. 'Als ik de handeling van minister Belfort plaats tegenover deze conventie is het duidelijk dat hij fout heeft gehandeld', zei Berenstein.

Gallant vond ook nog, dat hij niet als penitentiaire ambtenaar kon worden gestraft, terwijl hij in zijn positie als voorzitter van een bond een interview had afgestaan. 'Die twee zaken bijten elkaar. Ik ben wel een penitentiaire ambtenaar, maar ik heb opgetreden in de positie als vakbondsleider die door die conventie wordt beschermd om zijn vakbondstaken uit te voeren. Tenminste het dagelijks bestuur van een vakbond moet vrij zijn werk kunnen doen.'
Minister Belfort vond echter, dat Gallant als penitentiaire ambtenaar in gezagsverhouding stond ten opzichte van het bevoegde gezag.

Drie dagen na de ontmoeting tussen minister Miskien en de vakbondsleiders werd bekend dat de politie in Nickerie een penitentiaire ambtenaar had gearresteerd. Hij was door een collega op heterdaad betrapt tijdens 'een drugstransactie', betreffende 90 gram marihuana, in de strafinrichting Hazard. De man werd in verzekering gesteld. In een periode van zeven maanden werden drie pa's van Hazard geschorst en een in verzekering gesteld. De drie pa’s waren eerst buiten functie gesteld nadat een aantal gedetineerden tijdens werkzaamheden buiten de inrichting was gevlucht. De zaak was overgedragen aan het Openbaar Ministerie.

Onder druk vakbeweging draait Belfort buiten functiestelling Gallant terug
Minister Edward Belfort van Justitie en Politie had op 20 februari 2013, onder druk van de vakbeweging, toegezegd de buitenfunctiestelling van Gustaaf Gallant terug te draaien. Zijn functie werd betwist door het interim-bondsbestuur onder leiding van Lucille Noora. Vicepresident Robert Ameerali had toegezegd zich te zullen beijveren voor een oplossing in het geschil tussen de BPAS en de minister. Partijen hebben 20 februari gesprekken gevoerd over de problemen die beroering teweeg hebben gebracht binnen de vakbeweging. De bewindsman liet ook doorschemeren de kwestie van de rechtszaak tegen Gallant te zullen bekijken.

Overplaatsing 83 pa's
De mutatie van de 83 penitentiaire ambtenaren ging op 1 maart 2013 in. Het voltallig bestuur van de bond onder leiding van Gustaaf Gallant en de shopstewards werden overgeplaatst. Er heerste ontevredenheid onder de gemuteerden, omdat de overplaatsing vrij abrupt kwam en sommigen onder de pa’s al 30 jaar op een werkplek zaten. De Moederbond, waarbij de BPAS is aangesloten, had een brief gestuurd naar minister Edward Belfort van Justitie en Politie om de mutatie in heroverweging te nemen. Bij een eerste gesprek tussen partijen, had minister Belfort onder druk de buitenfunctiestelling van Gallant teruggedraaid. Partijen hadden een sfeer gecreëerd waar verder gesproken kon worden, totdat kort na het eerste gesprek de mutatie-brieven de deur uitgingen. Kennelijk moe geworden van alle berichtgeving en wellicht de in die berichtgeving gecreëerde onduidelijkheden of zelfs onwaarheden rond de problemen tussen minister Belfort en bondsvoorzitter Gallant bracht de bewindsman op 2 maart onderstaande verklaring uit:

'Communiqué van het Ministerie van Justitie en Politie

De afgelopen weken heeft het Ministerie van Justitie en Politie aandacht getrokken van velen in onze samenleving, zulks vanwege handelingen c.q. uitspraken van een bepaalde vakbondsleider bij een van de sectoren binnen het ministerie en de reacties van gezagsdragers en burgers op dit gebeuren.
Het ministerie voornoemd heeft gemeend, van uit het oogpunt van het verschaffen van achtergrondinformatie over de zienswijze van het ministerie over de betrekkelijke aangelegenheid, het publiek als volgt te informeren:

1. Het Besluit Taakomschrijving Departementen (S.B. 1991 NO.58) zoals laatstelijk gewijzigd bij SB 2011-no.124, geeft het Ministerie van Justitie en Politie de opdracht zorg te dragen voor o.a.: de handhaving van de fundamentele mensenrechten en vrijheden, de zorg voor het beleid ten aanzien van delinquenten, waaronder begrepen de resocialisering en de zorg voor de inwendige veiligheid van de staat en de handhaving van de openbare orde en rust, het voorkomen van inbreuken daarop en de bescherming van personen en goederen.
Tot de uitvoering van de hier opgesomde taken zijn gespecialiseerde korpsen in het leven geroepen zoals het Korps Politie Suriname en het Korps Penitentiaire Ambtenaren.
De aard van de genoemde taken legt aan de functionarissen van deze gespecialiseerde eenheden bijzondere verantwoordelijkheden op. Discipline, ijver en plichtsbetrachting zijn de meest in het oog springende karakteristieken bij de functie uitoefening. Het zijn functionarissen die een dienstbetrekking hebben met de overheid welke formeel kan worden aangetoond door middel van beschikkingen van de minister of resoluties van de president, terwijl de rechtspositie van deze landsdienaren in de Personeelswet (SB.1985 no.41) is geregeld.

2. De Grondwet van Suriname (SB. 1987 no.116, zoals gewijzigd bij SB.1992 no.38) geeft in art 30 aan, dat werknemers vrij zijn om vakverenigingen op te richten voor de behartiging van hun rechten en belangen.
Daar het Ministerie van Justitie en Politie o.a. de opdracht heeft de rechten en vrijheden van burgers en vreemdelingen te bewaken en te beschermen, spreekt het van zelf dat landsdienaren die bij voornoemd ministerie in dienstbetrekking zijn eveneens de vrijheid zullen moeten hebben zich te organiseren en de erkenning te krijgen als vakorganisatie indien aan de nodige formaliteiten is voldaan.
Indien de Republiek Suriname partij is bij internationale verdragen ter zake van vakorganisaties en rechten van werknemers, zal het ministerie deze verdragen in acht nemen bij het nemen van beslissingen.
Art. 9 van onze Grondwet geeft aan dat een ieder recht heeft op fysieke, psychische en morele integriteit, hetgeen betekent dat wanneer dit recht door wie dan ook wordt aangetast de benadeelde partij zich bij de rechter kan vervoegen, teneinde genoegdoening te krijgen van het onrecht hem/haar aangedaan.

Uit het voorgaande kan worden gesteld, dat de vakorganisatie bestaat uit leden die in dienstbetrekking zijn bij een werkgever c.q. de overheid. Deze dienstbetrekking legt aan de werknemer verplichtingen op die verband houden met de inzet van de factor arbeid voor de realisering van de doelen van de organisatie.

De vakorganisatie maakt geen deel uit van de formele structuur van het bedrijf of ministerie en kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor het beleid, dat door de leiding van de organisatie wordt vastgesteld.
Het bestuur van de vakorganisatie is bij het voeren van onderhandelingen partner van de leiding van het bedrijf of ministerie waarmee de collegiale relatie tussen de beide entiteiten wordt aangegeven. Hier is dus geen sprake van een hiërarchische relatie. De vakorganisatie kan derhalve geen beslissingen nemen die de verantwoordelijkheid van de leiding van de organisatie regarderen.

De minister van Justitie en Politie is op grond van het bovenstaande van oordeel, dat de erkenning van elkaars verantwoordelijkheden tegenover de staat en de burgers van het land met zich meebrengt het corrigeren van handelingen c.q.uitspraken die de integriteit van personen c.q. gezagsdragers aantasten. In dat geval heeft een ieder het grondwettelijk recht de correctie door de rechter te doen plaatsvinden. Het doet er dan niet toe in welke hoedanigheid de pleger van de inbreuk zulks heeft gedaan.
Tot het plegen van inbreuken op de persoonlijke integriteit is er geen immuniteit. Indien het ministerie een dergelijk principe zou hanteren dan zou hij aan de ondergraving van zijn eigen taakstelling werken en dus het staatsbelang ondermijnen. Internationale conventies kunnen nimmer de bedoeling hebben immuniteit te verschaffen aan vakbondsleiders om inbreuken te plegen op de persoonlijke integriteit van staatsburgers.

In de dienstbetrekking die er bestaat tussen het ministerie (de staat) en de vakbondsleider is de continuïteit van de arbeid en dus van het staatsbelang primair. In dit kader is er geen onderscheid tussen vakbond en anderen, daar een ieder aan hetzelfde doel werkt en dus zich aan dezelfde regels dient te onderwerpen.
Verweer na voorlegging van de feitelijke schending van de persoonlijke integriteit is een vereiste binnen de rechtspositie van de landsdienaar.
Het ligt dan aan het oordeel van de gezagsdrager om de steekhoudendheid van dit verweer vast te stellen en al dan niet te aanvaarden.
De afweging van de consequenties voortvloeiende uit de mogelijke beslissingen, heeft als primair doel het veiligstellen van het staatsbelang in dit geval de ongestoorde voortzetting van de arbeid.

Het bezigen van termen als: terugfluiten van de minister en inslikken zijn hier volstrekt niet van toepassing daar deze de indruk wekken, dat aan de beslissing van de gezagsdrager geen rationele overwegingen hebben gegolden. Overigens is in 2010 bij een andere gezagsdrager dezelfde gedragslijn toegepast en ging het eveneens om dezelfde vakbondsleider.

Het ministerie is de werkgever en tevens een staatsorgaan dat het regeringsbeleid over een bepaalde sector van de maatschappelijke werkelijkheid uitvoert. Dit beleid heeft evenwel raakvlakken met het beleid van andere ministeries. Het disfunctioneren van Justitie en Politie heeft ongetwijfeld negatieve gevolgen voor het beleid van andere ministeries. En juist hier ligt de opdracht aan allen, al dan niet georganiseerd in een vakorganisatie aan dit beleid uitvoering te geven. Dit betekent, dat aan de uitvoering van bepalingen van reglementen, beslissingen van de minister en van de regering onverkort zal dienen te worden meegewerkt.
Hier zal er dan geen onderscheid zijn tussen ministerie en vakbond omdat een ieder bijdraagt aan de verwezenlijking van het staatsbelang.'

Nieuw dienstrooster zonder overleg en mutaties resulteerden weer in actie
Begin april 2013 kwam de bond weer in actie. Aanleiding deze keer was, dat zonder overleg een nieuw dienstrooster was gemaakt. Leden moesten zich om vijf uur 's ochtends melden in plaats van zeven uur. Officieren ontvingen geen overwerkvergoeding, terwijl die volgens minister Belfort zou zijn uitbetaald. Ook was de mutatie van leden nog steeds een heikel punt. Van de een op de andere dag werden tientallen penitentiaire ambtenaren gemuteerd. De bestuursleden van de bond hebben daar geen gevolg aan gegeven. Zij meldden zich dagelijks bij 'de Moederbond'. Belfort liet 12 april weten dat hij zich samen met de dienstleiding niet uit het veld zal laten slaan. Indien de penitentiaire ambtenaren weer een prikactie zouden uitvoeren, zou hij politie en militairen inzetten. 'Het is onverantwoord dat er actie wordt gevoerd, terwijl de leiding niet eens is gemeld. Maar natuurlijk heb ik ook mijn informatiebronnen en wij zullen voorzorgsmaatregelen treffen. De mensen die actie voeren zullen ook voor de consequenties moeten instaan', zei Belfort. De bewindsman vond het een normaal beleid om penitentiaire ambtenaren te muteren. Dat is volgens hem een aangelegenheid van de werkgever. 'Bij de politie levert dat geen problemen op. De bond gaat niet in staking. Maar steeds is er een groepje bij de penitentiaire ambtenaren dat voor onrust zorgt', beweerde Belfort.

Op dezelfde dag had de algemene ledenvergadering van de bond de leden van het bestuur-Noora geroyeerd. De vergadering werd gehouden buiten medeweten van de dienstleiding om. Het bestuur vond het recht te hebben om zijn leden te informeren over de stand van zaken. Er was immers ontevredenheid over het mutatiebeleid. Daarnaast zouden officieren geen overuren hebben ontvangen, terwijl minister Edward Belfort beweerde dat hij die had goedgekeurd.
De Moederbond zou een brief richten aan president Desi Bouterse met het verzoek om in te grijpen. De vakcentrale vond, dat de bewindsman bezig was met rancune.

Gallant: Leiding ministerie en Pinas verantwoordelijk voor chaos – Pinas onder vuur
Gallant zei 8 mei 2013 tijdens een persconferentie in het pand van vakcentrale de Moederbond, dat de leiding van het ministerie van Justitie en Politie en de waarnemend directeur Delinquentenzorg, Paulus Pinas, volledig verantwoordelijk waren voor de chaotische situatie binnen de penitentiaire inrichtingen. De bondsvoorzitter deed enkele zaken uit de doeken die mede de oorzaak zouden zijn geweest van de chaotische en onwerkbare sfeer in de inrichtingen. Gallant zei, dat het niet erkennen van de hiërarchische structuur binnen het korps, het overslaan van hoge ambtenaren, het muteren van de leiding van de bond, het ontbinden van het ondersteuningsteam, het creëren van een splitsing binnen de gelederen van de pa’s, rancune en het weigeren de bond te accepteren als vertegenwoordiging van de pa’s, hebben geleid tot grote demotivatie. Dat had weer gezorgd voor de wanordelijke toestand in de inrichtingen.
Gallant zei verder, dat het steeds weer aanstellen van politieke personen als hoofd en waarnemend hoofd voor de instellingen, een van de belangrijkste oorzaken was voor de situatie. 'Dit zal zo door blijven gaan zolang de hiërarchie binnen de dienst niet wordt erkend.'
Tijdens de persconferentie moest vooral Pinas het ontgelden. Pinas weigerde de bond te accepteren en was volgens Gallant de persoon die al bij zijn aantreden steeds geprobeerd heeft het bondsbestuur weg te werken en zelfs verkiezingen voor te stellen. Gallant en zijn bestuursleden zeiden, dat het dezelfde Pinas is geweest die in 1997, als voorzitter van de bond, gevochten heeft voor de verworven rechten waarvoor nog steeds werd gestreden om uitgevoerd te worden. 'Het was Pinas die toen in die positie een brief schreef waarin hij zich verzette tegen de benoeming van personen buiten de dienst als hoofd van de instellingen. Nu was het dezelfde persoon die zich liet benoemen in die functie, terwijl er 45 andere hoge functionarissen waren die gewoon worden overgeslagen', sprak Gallant.

Rechtszaak bond tegen Justitie duurde te lang: actie
De bond besloot half juli 2013 voor de zoveelste keer in actie te komen. Een prikactie. De leden vonden, dat de rechtszaak tegen het ministerie van Justitie en Politie te lang duurde. Steeds werd de zaak uitgesteld of er werden comparities gelast. 'Wij hebben gelijk, we willen een uitspraak', aldus de leden.

Twee weken later legden pa's van de bond het werk weer neer. De bond vond, dat ondanks de protestacties die gehouden werden en de gang naar de rechter, er gewoon niets gebeurde. Het eenzijdige mutatiebeleid was nog steeds niet teruggedraaid, de kwestie diensthoofd was niet opgelost, de overuren werden niet uitbetaald. Kortom, nog steeds werd geen uitvoering gegeven aan het wensenpakket van de bond. Feitelijk waren de bondsleden al maanden in actie. Ze verschenen niet op hun werkplek, maar meldden zich bij het kantoor van de Moederbond.

Mamabon......
De algemene ledenvergadering van de bond besloot 12 augustus 2013 de acties te verscherpen. 'Wij gaan woensdag onder de Mamabon (tegenover het ministerie van Justitie en Politie) staan om de aandacht van minister Edward Belfort en de samenleving te trekken', zei het bestuurslid Aniel Ramharakh op Starnieuws. 'Wij horen niks van de dienstleiding of van de minister. De ledenvergadering heeft besloten om andere actiemodellen te hanteren.'

'Verbaasde' Pinas: 'Actie onbegrijpelijk en nodeloos'
Onderdirecteur Delinquentenzorg Paulus Pinas van het ministerie van Justitie en Politie, noemde een dag later de aangekondigde verscherpte actie van de bond van penitentiaire ambtenaren 'onbegrijpelijk en nodeloos'. 'Ik ben erg verbaasd, omdat we op 31 juli de afspraak hebben gemaakt om op 19 augustus te praten over de herstructurering van het korps met daarin het vraagstuk rond een korpschef, het mutatiebeleid en over de uitbetaling van overuren.' Onbegrijpelijk dat Pinas, die notabene zelf actief is geweest binnen de bond, zich op een dergelijke wijze uitliet. De man heeft getoond een antivakbondsman te zijn geworden, omdat bondsacties zijn eigen personeel raakten en anno juli 2014 nog steeds raken. Zijn dienst werd en wordt getroffen door acties en dat zint deze Pinas kennelijk niet.
Pinas op 13 augustus 2013: 'Wij hebben de bond aangehoord. Daarna hebben wij ten aanzien van het mutatiebeleid de bond gevraagd de zienswijze en knelpunten op papier te zetten en daar omheen het vervolggesprek te voeren. Voor wat betreft de uitbetaling van overuren, hebben wij de bond meegedeeld dat het een comptabele kwestie is die hoe dan ook wordt opgelost. Intussen heb ik het nagetrokken en worden de overurengelden het eind van deze maand uitbetaald. Over herstructurering van de dienst met daarin ook de eis van een eigen korpschef, is lang stilgestaan.'
'Er is een consultant in de arm genomen die onderzoek doet naar het instellen van een korpschef. De consultant heeft iedereen die hier iets mee te maken heeft, geconsulteerd. Op 19 augustus zou op basis van dit plan ook hierover worden gesproken. Ik begrijp totaal niet dat de bond na de vergadering van toen en voor de geplande vergadering van 19 augustus een eigen bijeenkomt houdt met dit resultaat als gevolg. Ik begin haast te denken dat de bond een andere agenda heeft en bewust de gemeenschap verkeerde informatie geeft.'

Petitie bond aan directeur Kabinet van de President
De bond overhandigde op 14 augustus 2013 een petitie aan directeur Eugene van der San van het Kabinet van de President. Van der San beloofde de informatie door te zullen geven aan president Desi Bouterse. Een vertegenwoordiging van het bondsbestuur sprak met Melvin Linscheer, directeur Nationale Veiligheid van het Kabinet van de President. Van der San zei na afloop tegen journalisten, dat het om een ambtelijk probleem ging, dat niet zo moeilijk is om op te lossen. 'De vraag is waarom zijn er twee regeringsperioden voorbij gegaan, zonder dat er een oplossing is gekomen?' Gallant: 'Wij zijn traumatisch geworden. Al dertien jaar zijn wij bezig met hervorming van het korps. Ons is diverse keren beloofd dat de zaak opgelost wordt. Wij hebben de acties steeds opgeschort, maar er is niets gebeurd. De leden willen tenminste een actie zien, waardoor ze terug kunnen naar het werk.' 'De BPAS maakt zich sterk voor een korpschef voor de dienst. Regillio Blijd is de hoogste penitentiaire ambtenaar in rang, met twee sterren en een balk en is academisch gevormd. Hij had de leiding moeten hebben en niet Paulus Pinas, die veel lager in rang is.'

De bond ging door met haar actie. De Staat sleepte de bond voor de rechter en eiste dat de werkzaamheden zouden worden hervat. De leiding van het ministerie van Justitie en Politie en de bond van Penitentiaire Ambtenaren in Suriname hadden 25 augustus 2013 nog geen overeenstemming bereikt. Er waren twee intensieve bijeenkomsten geweest met een rechter. Na de eerste bijeenkomst met de rechter stelde de algemene ledenvergadering van de bond eerst garanties te willen voordat het werk zou worden hervat. Na een tweede ontmoeting legde de rechter gemaakte afspraken vast in een proces-verbaal.

De bondsleden hervatten 28 augustus 2013 hun werk, na hiertoe door een rechter te zijn opgedragen. Een evaluatie met de rechter over de vordering zou 18 september 2013 volgen.

Zoveelste aanvaring tussen Pinas en bond vanwege zoveelste actie
Een volgende conflict tussen Pinas en de bond diende zich 9 oktober 2013 aan. De bond hield een vergadering en volgens Gallant was de dienstleiding hiervan in kennis gesteld. 'Maar daarin staat niet dat er de hele dag vergaderd wordt en dat het werk pas morgenochtend wordt hervat. Dat hoor ik nu', zei een op zijn teentjes getrapte Pinas. Hij vond dat er sprake was van sabotage. 'En dat terwijl we ook de bewaardersweek hebben waarvoor diverse gasten uit de Antillen hier zijn. Ze zijn juist met een rondleiding bezig in de inrichting.' Pinas zei ook dat partijen een dag eerder nog bij de rechter waren. Gallant: 'Dit is ons parool. Wij moeten de leden informeren over de stand van zaken. Wij zijn bezig met de evaluatie en dat kost veel tijd. De leden moeten weten waar ze aan toe zijn.'

Op 22 november 2013 werd bekend, dat de dertien bondsbestuursleden, die sinds maart uit protest niet aan het werk waren verschenen, weer terug waren op hun oude post. De leiding van het ministerie van Justitie en Politie had 83 penitentiaire ambtenaren gemuteerd, onder wie het voltallige bestuur onder leiding van Gustaaf Gallant.

Vijf dagen later stelde de bond de regering een ultimatum. De algemene ledenvergadering eiste dat de hoogste ambtenaar in rang met de beste opleiding, zou worden belast met de leiding van het Korps Penitentiaire Ambtenaren (KPA). Dit werd unaniem besloten tijdens een algemene ledenvergadering in het gebouw van de Moederbond.
Bondsvoorzitter Gustaaf Gallant zei, dat het ondenkbaar is dat een 'niet-Surinamer' president wordt van Suriname. Zo was het volgens hem eveneens niet mogelijk dat iemand anders, dan de best opgeleide persoon uit eigen gelederen, hoofd zou worden van het KPA. Volgens de bond was de functionaris die in aanmerking kwam voor de benoeming Regillio Blijd. De bond vernam echter, dat minister Belfort iemand anders wilde belasten met de leiding. De BPAS was daar fel gekant tegen.

Penitentiaire ambtenaren in Nickerie namen afstand van de eis van de BPAS. Zij beweerden, dat het benoemen van een korpschef een aangelegenheid is van de regering. Zij accepteerden elke voordracht van de regering, doch gaven de voorkeur aan iemand binnen het korps. De meeste penitentiaire ambtenaren in Nickerie vonden dat het moeilijk communiceren was met Blijd. Zij eisten niet dat Blijd moest worden belast met de leiding van het korps.

Bondsbestuur Noora niet-ontvankelijk
De rechter verklaarde op 7 februari 2014 het bondsbestuur van Lucille Noora niet-ontvankelijk.De Bond van Penitentiaire Ambtenaren in Suriname bleef onder leiding van Gustaaf Gallant. Gallant was voor het gerecht gesleept door de groep-Noora, die claimde de leiding van BPAS te hebben.
De leiding van het ministerie van Justitie en Politie had de groep-Noora erkend en ontvangen voor een kennismakingsbezoek. 'Ik ben benieuwd wat het ministerie nu zal doen. Voor ons was het al die tijd duidelijk dat er één bestuur is van de BPAS. Ik hoop dat zaken nu versneld zullen worden uitgevoerd', was de reactie van Gallant.

Bondsleden verwerpen werkplan presidentiële commissie – Leden met ontslag bedreigd en geïntimideerd
Een door een presidentiële commissie, onder voorzitterschap van raadsadviseur Jules Wijdenbosch, opgesteld werkplan werd 14 mei 2014 door bondsleden verworpen. De leden konden zich niet vinden in de ‘wijziging van beleidsinzichten’ die in het werkplan waren opgenomen. Zo was de eis van de bond om een korpschef in het plan verwerkt naar de benoeming van een onderdirecteur. Ook kon de bond zich niet vinden in het concept organogram van de dienst. Gevolg: actie. De bondsleden bleven zich dagelijks melden bij de Moederbond. Ook ruim dertig leden in Nickerie sloten zich bij de actie aan. 'Heel veel ambtenaren zijn echter bang om mee te doen aan de actie, omdat ze bedreigd worden', zei bondsbestuurslid Aniel Rambharak. 'Wij hebben vernomen dat mensen aangemaand worden om hun wapen in te leveren of ze worden met ontslag bedreigd.' Een penitentiaire ambtenaar stelde, dat de leiding helemaal thuis is gegaan bij zijn collega om hem te intimideren. Hem werd voorgehouden dat als hij de actie zou ondersteunen, hij gemuteerd zal worden.

Korps opgedoekt?
Gallant sloeg 19 mei 2014 alarm. Via Starnieuws liet hij weten dat het korps zou worden 'opgedoekt'. Dat zou zijn gebleken uit gesprekken die gevoerd waren met de presidentiële commissie. Er was gekozen voor een directoraat Delinquenten Zorg en niet voor een Korps Penitentiaire Ambtenaren. Volgens een presentatie die de bond kreeg, bleek dat er andere beleidsinzichten waren bij de regering. Er was in de nieuwe opzet geen sprake meer van een korps structuur. De penitentiaire ambtenaren zouden onderdeel worden van de dienst Delinquenten Zorg. Gallant zei, dat al de bond zich al jaren inzette voor een korps.

Bond: Rancune, rancune en rancune
Op 26 mei 2014 werden penitentiaire ambtenaren in Nickerie, werkzaam in Hazard, die deelnamen aan de actie van de Bond van Penitentiaire Ambtenaren in Suriname per direct ter beschikking gesteld van de directie. De reden die in een bekendmaking werd aangegeven was 'vanwege gewijzigde omstandigheden'. Volgens Gallant ging het echter om rancune. Hij zei verder, dat de bond vaak aan de orde heeft gesteld dat er rancuneuze maatregelen werden getroffen tegen leden van de bond. Indien de zaak niet zou worden teruggedraaid, zou de bond zich beraden over te nemen acties. Het werk was juist een week eerder hervat, omdat de rechter op 5 juni vonnis zou vellen in het geschil met het ministerie van Justitie en Politie.
'Terwijl minister Edward Belfort zegt dat het ministerie niet in conflict is met de bond, zien wij dat er steeds weer rancuneus wordt gehandeld', aldus Gallant.

Dat er mogelijk sprake was van rancune bleek 28 mei 2014. Wachtcommandanten in de penitentiaire inrichting Hazard in Nickerie kregen te horen, dat pa's die deel hadden genomen aan de werkonderbreking van de bond geen overwerk meer mochten verrichten. Bestuurslid Aniel Ramharak van de bond reageerde met de opmerking, dat er duidelijk sprake was van rancune. Hij zei, dat de dienstleiding officieel op de hoogte was gesteld van de staking. De leden hebben volgens de BPAS niet onverantwoord gehandeld, want de dienst was zelfs keurig netjes overgedragen.
Ook de wachtcommandanten van de penitentiaire inrichting Duisburg kregen zwart op wit de opdracht om leden die actie gevoerd hadden, niet in te zetten.
In De Nationale Assemblee werd ook aandacht gevraagd voor de situatie van de penitentiaire ambtenaren. Minister Edward Belfort bleef zich echter op het standpunt stellen, dat hij geen conflict had met de bond. Het was de presidentiële commissie die met een plan was gekomen, dat verworpen werd door de BPAS. De bond wachtte op de uitspraak van de rechter op 5 juni.

Die uitspraak werd een teleurstelling voor de bond. Zij verloor het Kort Geding tegen de Staat Suriname ofwel tegen het ministerie van Justitie en Politie. Er waren eerder bij de rechter afspraken gemaakt tussen partijen. Gallant stelde dat het ministerie zich niet hield aan de gemaakte afspraken.
Inzet van het Kort Geding was onder andere de instelling van het korps en de benoeming van Regillio Blijd, die de hoogste penitentiaire ambtenaar in rang was, tot korpschef.

Zeven dagen na de uitspraak werden zes pa's in Nickerie, die in mei hadden deelgenomen aan de bondsacties, ontwapend. Ze kregen ook te horen dat ze van Hazard zouden worden overgeplaatst (gemuteerd) naar Paramaribo. Ook nu reageerde de bond weer door te stellen dat hier sprake was van rnacune.

De directie vond, dat er sprake was van plichtsverzuim en daarvoor moesten de penitentiaire ambtenaren zich verantwoorden. Maar, het bondsbestuur stelde dat de actie was aangekondigd. De leden die zich meldden bij het actiecentrum tekenden daar hun presentie. Deze werd ook aan de directie overgedragen. Het bestuur van de bond vond het erg, dat vakbondsrechten werden beknot door de maatregelen die werden genomen.

Leiding ministerie wijzen op vakbondsvrijheid
Dat is de essentie van de vele geschillen de afgelopen jaren: de aversie van de leiding in het gevangeniswezen tegen alles wat ook maar riekt naar vakbond. Het wordt tijd dat de leiding (lees: minister Edward Belfort van Justitie en Politie) door ter zake deskundigen duidelijk wordt gemaakt dat er internationaal afspraken zijn omtrent vakbondsvrijheid. Die vrijheid lijkt binnen het ministerie, binnen het gevangeniswezen, ernstig te worden beknot zo niet zelfs genegeerd.

zaterdag 12 juli 2014

De shopping hotspots van Suriname

Shoppen in Paramaribo een bijzonder leuke ervaring

12-07-2014 Door Paul Kraaijer


Paramaribo - Paramaribo heeft veel te bieden voor de toerist. Naast de vele monumentale witte houten panden, de grootste houten kathedraal ter wereld (gebouwd tussen 1883 en 1887), de gezellige Waterkant met haar eettentjes en de Paramaribo Zoo, biedt de stad ook verrassend veel voor de shoppende bezoekers.

Winkelcentra
Het centrum van Paramaribo kent een grote diversiteit aan kleine en grote winkels. Alles is er te verkrijgen en voor de toerist voor betaalbare prijzen. Naast een grote verscheidenheid aan winkels kent de stad ook twee populaire overdekte winkelcentra. De grootste is de Hermitage Mall in het zuidwesten.
 

In dit winkelcentrum, aan de Lalla Rookhweg, kunt u diverse eetgelegenheden waaronder een McDonalds, een speelplaats voor kinderen en diverse winkels met onder andere kleding, geschenken en souvenirs vinden. Naast het winkelcentrum bevindt zich de grootste bioscoop van Suriname, TBL Cinemas. De Hermitage Mall is dagelijks geopend van negen uur ’s morgens tot negen uur ’s avonds en op zondagen van vier uur ’s middags tot acht uur ’s avonds.

In het noorden van Paramaribo vindt u aan de Jansteenstraat de Maretraite Mall. Ook dit grote overdekte winkelcentrum heeft eetgelegenheden waaronder een Chinees restaurant, een kinderspeelplaats en meer dan dertig winkels waar u terecht kunt voor onder andere kleding, souvenirs en elektronische apparatuur. De openingstijden zijn dezelfde als die van de Hermitage Mall, alleen is op zondagen het winkelcentrum een uurtje langer geopend. Beide winkelcentra zijn goed met het openbaar vervoer of met een taxi te bereiken. Iedere taxichauffeur is bekend met de twee shopping malls.

Centrum
In de binnenstad van Paramaribo kunt u goed terecht in vlak bij elkaar gelegen straten als de Domineestraat, Jodenbreestraat, Maagdenstraat en Steenbakkerijstraat. Daar kunt u prima shoppen in de vele diverse winkels en grote warenhuizen. Er is zelfs een vestiging van het Nederlandse Blokker. Een groot, bekend, warenhuis is Kirpalani aan de Domineestraat. Deze winkel is dagelijks geopend van acht uur ’s morgens tot acht uur ’s avonds en op zondagen van twaalf uur ’s middags tot acht uur ’s avonds. Een ander bekend warenhuis vindt u in de Jodenbreestraat, Lucky Store. Dit warenhuis opende haar deuren in 1959. U kunt hier terecht voor onder andere kleding, toilet- en make up-artikelen en huishoudelijke artikelen.

Kijkt u niet vreemd op wanneer u bij het binnengaan van winkels en warenhuizen verzocht wordt uw tas af te geven. U ontvangt een bonnetje en bij het verlaten van een winkel of warenhuis krijgt u uw tas weer terug. Uw tas wordt tijdens uw bezoek kosteloos voor u bewaard.
In veel winkels kunt u trouwens met uw pinpas betalen.

Voor een mooi Surinaams souvenir, kunst- of traditioneel houtsnijwerk kunt u uitstekend terecht bij Readytex Gallery aan de Maagdenstraat. Deze gezellig ingerichte winkel, waar u ogen tekort komt, is van maandag tot en met vrijdag geopend van acht uur ’s morgens tot half vijf ’s middags en op zaterdagen van half negen ’s morgens tot half twee ’s middags. Bent u meer geïnteresseerd in alles wat te maken heeft met de Surinaamse traditionele cultuur dan zijn bezoekjes aan Glenn Kulturu Winkri aan de Anton de Komstraat en Mahabier Drugstore aan de Koningstraat zeker de moeite waard.

Bent u liefhebber van rondstruinen op een markt, dan is een bezoek aan de grote Centrale Markt in het centrum van Paramaribo, aan de Waterkant, een aanrader. Daar zijn ruim 3.000 vaste kramen met vlees, vis en groente, maar ook kruiden, dranken en huishoudelijke artikelen. Op de eerste verdieping kunt u zich een weg banen over smalle paadjes waaraan vele overvolle kledingkraampjes zijn opgezet. De markt is van maandag tot en met zaterdag van vijf uur in de ochtend tot vijf uur in de middag toegankelijk.


Markt en bloemen
Houdt u van bloemen en wilt u iemand bij thuiskomst verrassen met een mooi boeket Surinaamse bloemen bezoek dan even de diverse kleurrijke bloemenkraampjes aan de Waterkant, schuin tegenover de bekende uitgaansgelegenheid ’t Vat. U zult ongetwijfeld slagen in het vinden van een mooie bos bloemen, een bloemstuk, maar u kunt ook ter plaatse naar eigen smaak een boeket samenstellen. Er is niets toch mooiers dan thuiskomen met een mooie bos Surinaamse ruikers.

vrijdag 11 juli 2014

De doodstrijd van de Journalistenprijs

Slechts 20 inzendingen voor 2014-editie

Voorzitter organisatie: 'Het gaat om kwaliteit en niet om kwantiteit'

11-07-2014 Door: Paul Kraaijer


Paramaribo – De Journalistenprijs lijkt verwikkeld te zijn in een doodstrijd. Evenals voorgaande jaren is ook voor de prijs van 2014 een bedroevend laag aantal ingezonden journalistieke producten ingezonden. De tijd lijkt rijp om deze zinloze prijs te laten inslapen. Op geen enkele wijze draagt de prijs bij aan een kwalitatieve verbetering van het journalistieke product in Suriname. Alleen het ego van de winnaar kan 15 augustus worden gestreeld.

Tevreden tegen beter weten in
De organisatie van de Journalistenprijs, de Stichting ter Bevordering van de Journalistiek in Suriname (SBJS), heeft deze week bij monde van haar voorzitster Jane Kolf-Bergraaf laten weten dat er dit jaar maar twintig inzendingen zijn ontvangen. Toch beweert ze tevreden te zijn. Tegen beter weten in en dat weet ze. Verder durft ze te beweren, dat ze door aangescherpte criteria ervan overtuigd is, dat de ingediende stukken kwalitatief goed zijn.

‘Er doen dit jaar twee nieuwe mediabedrijven mee, de Ware Tijd en televisiezender ATV. Dat geeft het gevoel dat we beter op weg zijn met het verhogen van het niveau van de journalistiek en dat kwaliteit heeft overgenomen van kwantiteit.’ 


Mevrouw Kolf lijkt de weg kwijt te zijn geraakt. Ze suggereert, dat door inzendingen van nieuwkomers de Ware Tijd en tvzender ATV de kwaliteit van ingezonden stukken beter is geworden en dat die kwaliteit belangrijker is dan de kwantiteit. Een in scene gezet excuus om de teloorgang van de prijs en de erbarmelijke journalistiek in het land te ontkennen.

Kolf stoort zich niet aan het feit, dat er in de afgelopen jaren ongeveer dertig of meer inzendingen waren. Voor de duidelijkheid: in 2012 waren er slechts elf geldige inzendingen en afgelopen jaar werd de prijs niet eens uitgereikt. Zij heeft liever kwalitatief goede stukken dan dat de helft van de inzendingen niet aan de eisen voldoet.

'Teach in's' om inzendingen te lokken
Jane Kolf-Bergraaf steekt haar hoofd in het zand. Ze heeft grote moeite gehad om de mediawereld warm te krijgen voor de prijs dit jaar. Niet voor niets heeft haar Stichting ter Bevordering van de Journalistiek in Suriname begin dit jaar, op 7 maart bij de SBJS in Paramaribo en op 15 maart in hotel Concord in Nieuw Nickerie, twee zogenoemde 'teach in's' verzorgd waarin werd ingegaan op de voorwaarden en de doelstellingen van de prijs. Ze liet verder weten, dat dit jaar maar liefst drie 'hoofdprijzen' worden uitgereikt en wel voor de categorieën radio, televisie en 'printmedia'. Kennelijk had ze gehoopt hiermee meer inzendingen te lokken ofwel meer zogenoemde mediawerkers.
Ruim twee maanden later, 28 mei, liet Kolf via de media weten, dat de voorbereidingen voor de uitreiking van de prijs op schema waren, maar dat de financiën nog niet rond waren, omdat de hoofdsponsor niet meer bereid was de volle kosten te dragen. Slechts drie inzendingen waren 28 mei nog maar ontvangen. Een donkere voorbode en nogmaals, in 2012 werd de prijs niet uitgereikt. Reden daarvoor was de geringe belangstelling vanuit de journalisten en mediahuizen in 2011 en de vraag naar prijzen in de verschillende categorieën.

Die belangstelling blijkt echter dit jaar niet te zijn toegenomen. Twintig ingezonden stukken is een bedroevend laag aantal. Kennelijk zitten journalisten niet om de prijs te springen of ze durven simpelweg niet deel te nemen, omdat ze weten dat hun journalistieke werk van een dusdanige slechte inhoudelijke en taalkwaliteit is, dat ze nimmer ook maar in de buurt van een prijs zouden kunnen komen.

Gestreeld ego
Gesteld kan worden dat de prijs een doodstrijd voert. Een strijd die door de organisatie wordt ontkend. De organisatie is niet bereid om de prijs rustig in te laten slapen. Jane Kolf-Bergraaf gaat gewoon door, tegen beter weten in, en roeit met de riemen en een handjevol journalisten, dat graag hun ego's gestreeld willen zien met een prijsje en lokale roem op een podium en daarom het een en ander hebben ingezonden, die ze heeft.

Parbode?
Laat het beste slechte journalistieke product winnen. Overigens is het afwachten of er weer iemand van het onder vuur liggende Nederlands/Surinaamse maandblad Parbode deelneemt met een ingezonden artikel uit het blad? Het blad won in 2012 prijzen: Tom van Moll werd winnaar met zijn artikel ‘Fort Boekoe blijft ongrijpbaar’, dat in februari dat verscheen in het blad Parbode en Armand Snijders (huidige hoofdredacteur) greep de derde prijs voor zijn artikel ‘Mediator Ramkissoon bouwt puinhoop’ dat in de Parbode van maart 2012 verscheen. Beide zijn overigens Nederlanders. Snijders had de prijs, samen met Romie Raaphorst, ook al in 2010 gewonnen met het artikel 'Tante, bloedt mijn poenie?' over kindermisbruik.

Maar, Parbode, de uitgever en een freelance journalist zijn de afgelopen maanden voor de rechter gedaagd wegens onzorgvuldige journalistiek. Dat blad, ofwel een artikel uit dat blad, zou uitgesloten moeten worden van deelname aan de Journalistenprijs 2014, omdat er nog lopende rechtszaken zijn, of is er binnen de aftandse ons-kent-ons Surinaamse journalistieke wereld geen zelfkritiek aanwezig?

donderdag 10 juli 2014

Bij iedere rukwind vliegen de zinken dakplaten je rond de oren

Zinken dakplaten niet altijd goed bevestigd aan dak

Bevolking wordt niet vooraf door te passieve Meteorologische Dienst via media gewaarschuwd

10-07-2014 Door: Paul Kraaijer


Paramaribo – Bewoners in delen van Suriname, vooral in het district Nickerie en in hoofdstad Paramaribo, werden zondag 6 juli 2014 plotseling onaangenaam verrast door stevige rukwinden. Zo'n 150 woningen en andere panden zouden door de rukwinden beschadigd zijn geraakt. Het gaat vooral om weggeblazen zinken (golfplaten) dakplaten. Daarenboven vielen een dode en vier gewonden te betreuren. Het zijn terugkerende fenomenen in Suriname: rukwinden en in het rond vliegende dakplaten. Terugkerend, en toch blijken ieder jaar weer vele burgers, om welke redenen dan ook, hun dakplaten niet goed te hebben bevestigd waardoor ze speelballen van de wind kunnen worden en mensen 'dakloos' raken......

Valhelm.....
De Jamaicaanse krant Jamaica Observer berichtte zelfs, dat Suriname was getroffen door een 'freaky storm'. Overdrijven is ook een kunst. Maar, laten bewoners en anderen eens hun zinken dakplaten goed op hun daken bevestigen, zodat ze niet meer bij het minste of geringste windje er af worden geblazen......... Als het in Suriname stevig waait, is het aan te raden om met een valhelm op het hoofd boodschappen te gaan doen, want voor je het weet slingert er een zinken dakplaat tegen je gezicht....

Weeralarm verspreiden via media
In Nederland wordt door het KNMI (Koninklijk Nederland Meteorologisch Instituut) een weeralarm  aangekondigd wanneer zwaar weer wordt verwacht, zoals windstoten, zwaar onweer, dichte mist en rukwinden. Een dergelijk weeralarm wordt via nationale media (televisie, radio, nieuwswebsites, online edities van kranten) verspreid, zodat de bevolking op tijd is geïnformeerd en rekening kan houden met het te verwachten zware weer.

Meteorologische Dienst verzuimt weerswaarschuwingen via media te verspreiden
De Meteorologische Dienst in Suriname doet dat helaas niet. Deze dienst volstaat met slechts het vermelden van een weerswaarschuwing op haar website, die uiteraard door bijna niemand wordt bezocht. Immers, waarom zou je die website bezoeken als er geen vuiltje aan de lucht is? Rukwinden kun je immers niet zien aankomen. Een zware regenbui of ander noodweer kunnen mensen wel zien aankomen en dan zou je alsnog – beter laat dan nooit – even de website van de meteodienst kunnen bekijken.

Het diensthoofd Roël Oehlers van de Meteorologische Dienst zei in de Ware Tijd van maandag 7 juli: 'We hadden de windkracht en zware regens op onze website voorspeld'. Maar ja, moeten burgers iedere dag die website bezoeken en heeft iedereen de beschikking over internet? Neen toch!
Waarom geeft de meteodienst een weerswaarschuwing niet meteen door aan lokale media, zoals radiozenders en nieuwswebsites als Starnieuws en Obsession-Magazine.nl en online krantenedities? Die websites worden over het algemeen goed bezocht door burgers en velen luisteren naar de radio. Veel burgers zijn dan in ieder geval op tijd geïnformeerd en gewaarschuwd.

Cor Becker van de Meteorologische Dienst laat in een reactie weten: 'Jammer genoeg bestaan er nog geen afspraken over zendtijd op lokale media, maar een ieder is vrij om informatie op te halen bij de Meteorologische Dienst na initiële informatie op de website verkregen te hebben. De website van de Meteorologische Dienst is public property. Een ieder is dus vrij een link te leggen naar elke pagina van deze website.'

De dienst had overigens voor maandag 7 juli en woensdag 9 juli deze weerswaarschuwingen op de website vermeld, in het rood:

Waarschuwing 07 juli 2014: in de middag en avond geïsoleerd zware (onweers-)buien, gepaard met sterke windstoten (35-60km/u).

Waarschuwing 09 juli 2014: vooral in de middag een zware (onweers-)bui met windstoten (35-60km/u), meer in het binnenland.

Uit de wel heel gemakkelijke reactie van Becker zou afgeleid kunnen worden, dat de dienst niet echt bijster veel moeite doet om weerswaarschuwingen via de media bekend te maken onder de bevolking. Voor de dienst is haar eigen website de informatiebron naar de burgers toe, maar de dienst weigert kennelijk te erkennen dat die website nauwelijks door iemand wordt bezocht om geïnformeerd te worden over aankomend noodweer. Veel leed en schade veroorzaakt door bijvoorbeeld rukwinden zou voorkomen kunnen worden, wanneer weerswaarschuwingen van de Meteorologische Dienst direct worden gepubliceerd door genoemde media.

Een van de 6 juli getroffen woningen in Nickerie
Burgers kunnen zelf veel leed en schade voorkomen
Burgers kunnen natuurlijk zelf ook wat doen om schade aan hun woningen en andere panden te voorkomen. Zij zouden ervoor moeten zorgen dat hun dakplaten goed aan de woning en het pand zijn bevestigd: een paar spijkers extra. Kennelijk schort het daar behoorlijk aan, gelet op de jaarlijkse hoeveelheid weggeblazen dakplaten.

Om enig zicht te krijgen op de wijze waarop veel dakplaten worden bevestigd zijn een paar aannemersbedrijven benaderd voor een reactie. Ook om te vernemen wat zij vinden van al die weggeblazen dakplaten. Maar, de Rashiv Group of Companies, Intervast Suriname en Bouwbedrijf Kiesel waren niet bereid te reageren, ondanks herhaald verzoek. Wellicht willen ze niet reageren op eigen falen. Zij kregen deze vragen ter beantwoording voorgelegd, met daaraan voorafgaand deze zin:

'Dat bij iedere rukwind ergens een zinken/golfplaten dakplaat van een dak waait lijkt heel normaal in Suriname.'

* 1) Maar, wat vindt een aannemingsbedrijf als het uwe hiervan?
* 2) Zijn op vele gebouwen en andere panden simpelweg dakplaten niet goed bevestigd en waardoor zou dat komen? Is het onkunde van de arbeiders of zijn het slechte materialen?
* 3) Heeft u wellicht het idee, dat veel bewoners hun woningen van dakplaten laten voorzien door vrienden, particulieren, klusjesmannen en niet door erkende bouwbedrijven?
* 4) Hoe kan voorkomen worden dat zinken/golfplaten bij een rukwind(je) van een woning of andere (bedrijfs)pand wordt geblazen?
* 5) Is dit te simpel gesteld: een dakplaat moet gewoon met een paar stevige bouten aan het dak worden bevestigd? Of kunnen dakplaten ook door rukwinden worden weggeblazen door de wijze waarop het dak op een pand is aangebracht (hoogte, hoek, etc.)?
* 6) Is het een idee om daken van woningen/panden in Suriname eens in de zoveel tijd door een deskundige instantie te laten controleren op stevigheid en veiligheidsaspecten en zo ja, wie zou een dergelijke controle/inspectie kunnen uitvoeren?

Tijd voor actie
De redactie van het Dagblad Suriname schreef terecht dinsdag 8 juli: 'Het is hoog tijd voor deskundigen om serieus aan tafel te gaan zitten en door alle relevante actoren erbij te betrekken, te pogen tot een plan te komen ter bescherming van de Surinaamse burgers en hun persoonlijke bezittingen, alsook overheidsgebouwen, productiebedrijven en scholen.'

Het is onbegrijpelijk dat nog steeds bij elk rukwindje her en der dakplaten van woningen en andere panden worden af geblazen. Bij een goede dakconstructie en stevige bevestiging zou dat tot het verleden moeten behoren. Maar, kennelijk zijn nog steeds dakplaten op niet professionele wijze bevestigd, waardoor bij ieder rukwindje weer her en der een dakplaat door de lucht kan worden geblazen. Enige periodieke technische controle van daken door ter zake deskundigen is niet aan de orde, maar zou het overwegen waard zijn.

Om leed en schade voor zoveel als mogelijk in de toekomst te voorkomen zou de Meteorologische Dienst een weerswaarschuwing ook via media moeten verspreiden en niet slechts op de eigen website plaatsen. Tot de dag van vandaag neemt die dienst hierin echter om onbegrijpelijke redenen een zeer passieve houding aan en neemt zij kennelijk de eigen weerswaarschuwingen niet serieus genoeg.