maandag 21 juli 2014

Autoritaire leiding gevangenbewaarders in Suriname negeert vakbondsrecht: een overzicht 2010 - juli 2014

Het jarenlange rammelen van het Surinaams gevangeniswezen

Vakbondsrecht met voeten getreden door ministerie

De constante strijd tussen vakbondsman Gallant en minister Belfort

21-07-2014 Door: Paul Kraaijer


Paramaribo – Al jarenlang lijkt de sfeer in het Surinaamse gevangeniswezen te zijn verziekt. Het rammelt aan alle kanten in de paar penitentiaire inrichtingen. Met regelmaat zijn er conflicten tussen de leiding en de penitentiaire ambtenaren (pa's) ofwel de gevangenbewaarders. Daarnaast zijn er penitentiaire inrichtingen zo lek als een mandje. Van alles kan door bezoekers, al dan niet met hulp van personeel, een gevangenis binnen worden gesmokkeld voor gedetineerden. De afgelopen weken waren er weer eens enkele incidenten die duidelijk maken hoe slecht het is gesteld met de leiding van gevangenissen en de houding tegenover de vakbond en haar leden.

Begin juli werd bekend, dat de directeur en onderdirecteur van de Centrale Penitentiaire Inrichting Santo Boma uit hun functie zijn ontheven. Ze, directeur Regillio Blijd en onderdirecteur C.L. Sedoc, werden uit hun functie gezet vanwege misstanden in Santo Boma en het daar gevoerde wanbeleid. De directeur werd vervangen door zijn collega van de penitentiaire inrichting Hazard in het district Nickerie, Otmar Ling.

Hoofd Delinquentenzorg ondermijnt vakbondsrechten
Praktisch op hetzelfde moment dat dit bekend werd, liet het diensthoofd van de afdeling Delinquentenzorg van het ministerie van Justitie en Politie, Paulus Pinas, van zich horen. Hij adviseerde pa's om geen lid te zijn van de vakbond. Alleen dan zou het korps volgens hem vooruitgang boeken. Opmerkelijk is, dat Pinas zelf jarenlang leiding heeft gegeven aan de Bond van Penitentiaire Ambtenaren in Suriname, BPAS, en zei niets fout te zien in zijn oproep, vooral niet omdat het bondsbestuur helemaal niets voor haar leden zou hebben bereikt. Met de oproep is Pinas zich gaan bemoeien met vakbondswerk en dat is een kwalijke en verwerpelijke zaak. De vakbeweging reageerde dan ook als aangeschoten wild.

In een brief aan president Desiré Bouterse heeft de Raad voor Vakcentrales in Suriname (RaVakSur) om een correctie van Pinas' uitlatingen gevraagd. Pinas zou een vijandige houding tegenover de vakbond van gevangenisbewaarders aannemen. In de brief wordt gevraagd om Pinas terug te fluiten. Gebeurt dit niet, dan schroomt RaVakSur er niet voor ‘verdere stappen te ondernemen.’

Al sinds 2010 onrustig
Het was de zoveelste keer dat het zeer onrustig is in het Surinaamse gevangeniswezen. Sinds april 2010 is het feitelijk constant onrust binnen de muren van de diverse penitentiaire inrichtingen. Onrust, vooral op het terrein van arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden en in navolging daarvan zijn er vele botsingen geweest tussen de vakbond, waarbij zo'n 500 van de in totaal ongeveer 700 penitentiaire ambtenaren zouden zijn aangesloten, en de leidinggevenden, tussen bondsvoorzitter Gustaaf Gallant en minister Edward Belfort van Justitie en Politie.

Bouw opleidingscentrum te Santo Boma wekt wrevel bij bond
Zo was begin maart 2011 de nodige djoegoe djoegoe rond activiteiten op het gevangenisterrein te Santo Boma. De bond eiste dat die zouden worden stopgezet. Derden waren daar bezig voorbereidingen te treffen voor bouwwerkzaamheden van een opleidingscentrum. Het ging om een terrein van ruim 63 hectare. Dit terrein behoort sinds 1962 toe aan de gevangenis. Maar, volgens bondsleider Gallant is het terrein bestemd voor veeteelt en teelt van groente en fruit, een plaats waar gedetineerden kunnen resocialiseren. Gallant: 'Wij gaan dit terrein niet opgeven. Ambtenaren van Openbare Werken waren komen opmeten. Wij horen dat daar een brandweerkazerne zal komen. Maar dit zijn niet de afspraken. De minister moet verschillende zaken in orde maken. En er moeten nu resultaten komen, want we zouden voor 2 maart antwoord krijgen.'
Maar, vele brieven van de bond aan minister Martin Misiedjan van het ministerie van Justitie en Politie bleven onbeantwoord.

Beraad was niets anders dan staking
De bond vecht ook al jaren voor een betere positie van de gevangenbewaarders. Daarnaast willen zij een eigen korps, met eigen commandant en vaandel. Verder was er onvrede onder de gevangenbewaarders over de restitutie van de door penitentiaire ambtenaren voldane eigen bijdrage aan het Staatsziekenfonds en de uitvoering van de in 2000 overeengekomen detacheringstoelage. Omdat de minister de eisen niet serieus zou nemen, kwam de bond in maart en april 2011 een paar keren in actie. Hoewel bondsvoorzitter Gallant sprak van 'beraad' was er gewoon sprake van een staking, een werkonderbreking.
De acties hadden tot resultaat, dat vicepresident Robert Ameerali beloofde geld vrij te maken om een deel van de premie van Staatsziekenfonds eind mei terug te storen. De rest zou worden geplaatst op de begroting voor 2012 en vanaf januari 2012 zou de premie gefaseerd worden voldaan. Acties werden 10 april 2011 opgeschorst.

Regering kwam beloften niet na: stakingen gevolg
In augustus 2011 werd het weer onrustig onder het gevangenispersoneel. De regering was gedane beloften aan de bond verre van nagekomen. Daarnaast bleken pa's zonder medeweten van het bondsbestuur aan andere departementen te zijn uitgeleend. Gallant: 'Het hele korps is ondersteboven, het wordt alleen maar rommeliger en de verwarring onder de leden neemt toe.'
Acties dreigden weer.

De penitentiaire ambtenaren bleven vasthouden aan de eis, dat een in 2000 goedgekeurd herstructureringsplan moest worden uitgevoerd. Hierdoor zouden zij dezelfde positie krijgen als agenten en brandweerlieden.
Dat herstructureringsplan voorziet in een eigen korps voor de pa’s, een eigen commandant en een betere positie.
Gallant had op 1 augustus nog een gesprek met de minister: 'Het was een gesprek van ergens naar nergens. De minister wilde bepalen waar over gesproken zou worden. Voor de onderwerpen terrein Santo Boma en afdelingshoofd Penitentiaire Ambtenaren had hij geen oor.'
De pa's besloten 26 augustus 2011 weer in staking te gaan. Er was geen vertrouwen meer in onderdirecteur Edward Belfort van het ministerie. De bond zegde de samenwerking met hem op. De staking zou pas worden opgeschort als het ministerie met daden zou komen. De actie werd echter niet overal gesteund. De meeste gevangenbewaarders in Nickerie waren gewoon aan het werk. Gallant: 'De leden moeten hun geweten raadplegen en zelfstandig beslissen wat ze willen doen. Maar de meerderheid heeft ervoor gekozen om niet met zich te laten sollen. Wij zijn meer dan tien jaar bezig om zaken in orde te krijgen. Nu is het mooi geweest. Deze keer is het menens. Het moreel onder de leden is hoog. Wij gaan geen genoegen nemen met loze beloften. We zijn al tien jaar bezig en nu willen wij resultaat zien.'

Aan het lijntje houden
Dat het echt menens was eind augustus 2011 bleek toen de BPAS het een ultimatum van het ministerie van Justitie en Politie om de actie te beëindigen naast zich neer legde. Minister Martin Misiedjan had de bond tot een bepaald tijdstip de tijd gegeven om het werk te hervatten. De minister deelde de bond mee dat de regering naar de rechter zou stappen wanneer de werkzaamheden niet zouden worden hervat. De bondsleden verwierpen unaniem de eisen van Misiedjan. 'Wij gaan ook geen genoegen nemen met een nieuwe commissie die onderzoek moet verrichten naar de dienst. Er zijn al zoveel rapporten uitgebracht. Wij worden al langer dan tien jaar aan het lijntje gehouden', sprak Gallant.

Het ministerie liet weten, dat de benoeming van een diensthoofd voor het Korps Penitentiaire Ambtenaren een aangelegenheid van de regering was. De BPAS wilde daarin echter ook inspraak hebben.

Justitie en Politie: Dan maar naar de rechter
Misiedjan bleef echter bij zijn standpunt, dat de acties beëindigd moesten worden om te kunnen werken aan de oplossingen. 'Dan gaan we maar naar de rechter. Wij hebben vertrouwen in de rechtsstaat, want wij zoeken al meer dan tien jaar ons recht', was de heldere reactie van de vakbondsleider.
De bond moest op 1 september al voor de rechter verschijnen, als gedaagde door het ministerie van Justitie en Politie.

Gallant: 'Wij kennen onze zaak en wij zijn met een rechtvaardige strijd bezig.' In de rechtszaal bereikten het Korps Penitentiaire Ambtenaren (KPA) en het onderdirectoraat Delinquenten Zorg van het ministerie van Justitie en Politie consensus. Er werd een akkoord bereikt waardoor de rechter geen vonnis hoefde te vellen.
Dat akkoord hield in, dat de bestaande structuren binnen het korps gehandhaafd zouden blijven, maar dat er in december een begin zou worden gemaakt met de herstructurering. De penitentiaire ambtenaren mochten een vertegenwoordiging aanwijzen die zitting neemt in de herstructureringscommissie. Met deze uitkomst kwam er een einde aan zeven dagen acties van de gevangenbewaarders. De acties werden tot 15 december opgeschorst, de dag dat partijen weer voor de rechter moesten verschijnen om te bespreken hoe de herstructurering verliep.

Acties taboe voor rekruten
De rechtszaak van het ministerie van Justitie en Politie tegen de bond werd sinds 15 december een paar maal uitgesteld. Dat gebeurde op 12 april 2012 weer. Volgens bondsvoorzitter Gallant werd hiermee politiek bedreven. 'Wij alleen zijn de verliezers omdat het ministerie normaal doorgaat met zaken waarover we juist een dispuut over hebben. Onze rechten worden steeds maar vertrapt. Wanneer het sommige mensen goed uitkomt, is de rechtsstaat in gevaar en wanneer het ze niet goed uitkomt, is dat niet zo', zei Gallant. Die rechtszaak liep al sedert 2 september 2011. Op 15 december werd de zaak verschoven naar 12 januari 2012 en kon Justitie haar betoog houden. Het ministerie vroeg toen uitstel tot 26 januari. Op 2 februari 2012 kon de bond schriftelijk reageren en de behandeling van de zaak werd verplaatst naar 12 april. Er zou uitspraak worden gedaan. 'Maar vandaag kreeg onze advocaat weer te horen dat de zaak is uitgesteld naar 15 mei. Dus wat op 15 september vorig jaar had moeten gebeuren, zal nu pas plaatsvinden, dit terwijl de rancune vanuit het ministerie alsmaar doorgaat’, sprak Gallant. Volgens hem was de arbeidsrust binnen de penitentiaire inrichtingen nog altijd niet gegarandeerd en wordt elk contact door het ministerie met de bond vermeden. 'Sinds 2 september vorig jaar is het gisteren voor het eerst dat we zijn uitgenodigd door het ministerie, maar er is nog niets concreets.’ 

Nieuwe minister: Edward Belfort, oud-onderdirecteur op ministerie
Begin juni liet de op 17 mei aangetreden nieuwe minister van Justitie en Politie, Edward Belfort, weten een juiste werkhouding van de bondsleden te verwachten. Zij zouden zich dagelijks met 'bondszaken' bezighouden. De voorzitter van de bond, Gallant, stelde dat Belfort (die een jaar lang waarnemend hoofd was van de dienst) met vooroordelen te werk ging en bewust de pa’s op een verkeerde manier behandelde Zo weigerde de bewindsman de door de rechter aangewezen interim commandant van de dienst aan te spreken en te erkennen. Belfort beweerde geen interim commandant te kennen. Maar, volgens Gallant had de rechter op 15 mei besloten dat er een interim commandant was die door de leiding van het ministerie moest worden aangesproken om de belangen van de gevangenbewaarders te bespreken. Dat werd weer ontkend door Belfort. Hij beweerde zelfs, dat Gallant en andere bondsleden misbruik maakten van hun vakbondsrechten en niet aan het werk verschenen. 'Ik heb ze gevraagd om een activiteitenprogramma zodat ik ze tegemoet kan komen als werkgever. Maar daar hebben ze geen gehoor aan gegeven. Ze verstrekken de gemeenschap heel wat verkeerde informatie, maar de waarheid zal wel aan het licht komen wat de bond betreft', aldus de kersverse minister.

Drie actiepunten bij bond
Gallant liet op 6 juni 2012 via de nieuwswebsite Starnieuws weten, dat een uitspraak in de rechtszaal op 19 juni 'een einde zal maken aan alle politieke intriges en aanvallen op de penitentiaire ambtenaren'. Volgens hem ging het om drie punten: de financiële waardering voor het korps, de voorziening in toelagen en de herstructurering, waarbij een interim coördinator en een vertegenwoordiger vanuit de penitentiaire ambtenaren zijn aangewezen. De interim coördinator zou de plaats moeten innemen van de politieke functie van ‘onderdirecteur Delinquentenzorg'. Het korps wilde al jaren dat de dienst geleid zou worden door een hoge officier vanuit de eigen achterban, zoals bij de politie er een korpschef is en niet een politieke persoon. De reactie van Belfort was a la Belfort's: de bond zou van een koude kermis thuiskomen. 'Nu is de dienst uitgebreid met andere afdelingen die direct en indirect te maken hebben met het korps. Zij zijn allemaal ondergebracht in een onderdirectoraat van het ministerie. Nu is er een totaal andere situatie en moeten we met de ontwikkelingen meegaan', vond minister Belfort.
Gallant zei echter, dat vanuit het ministerie er alles aan werd gedaan om de dienst niet als een volwaardig korps te laten functioneren. Zo werden de manschappen onthouden van groeimogelijkheden. Er waren geen trainingen, het ontwikkelingsniveau werd bewust laag gehouden. Er waren geen goede voorzieningen en werd van alles wat negatief was in de schoenen van de manschappen geschoven.

Achterdocht over en weer
Beide partijen verweten elkaar een dubbele agenda te hebben. Gallant zei, dat de dienst deze behandeling kreeg zodat de politieke intriges normaal kunnen doorgaan. 'Maar wij zullen niet zwichten hiervoor en zullen door blijven vechten voor onze rechten.'

Tussen Gallant en Belfort speelde ook nog een persoonlijke vete, omdat Gallant zich zou hebben verzet toen in november 2011 Belfort werd benoemd als waarnemend onderdirecteur van de dienst delinquentenzorg.

Na juni 2012 werd het enigszins rustig. De spanning tussen het ministerie en de bond verdween even. Overigens werden op 16 juni nog acht penitentiaire ambtenaren, werkzaam bij strafinrichting Hazard in Nickerie, buiten functie gesteld. Hun betrokkenheid bij de ontvluchting van drie gedetineerden werd onderzocht.

Penitentiaire inrichting Hazard
Coup in bestuur bond: nieuwe ster werd enige tijd Lucille Noora
De bond kwam weer in het nieuws toen begin februari 2013 bekend werd, dat het bestuur, onder leiding van Gustaaf Gallant, in Nickerie was afgezet. In Nieuw Nickerie kozen rond de 55 gevangenbewaarders tijdens een vergadering Lucille Noora als nieuwe voorzitter. Volgens Gallant was er sprake van een coup van minister Belfort. 'Ik ben niet afgezet', zei Gallant, die uiteraard dat nieuwe bestuur niet erkende. Die vergadering was belegd op verzoek van 25 bondsleden, nadat Gallant eerder had geweigerd een vergadering te beleggen.
Volgens Noora bestond het bestuur-Gallant uit slechts vijf personen en dat zou niet statutair zijn geweest. Zij ontkende aangezet te zijn door minister Edward Belfort om in offensief te gaan tegen Gallant. 'Ik heb geen contact met de minister', liet Noora weten.
Een actiegroep onder leiding van Marlon Soetosenojo had de algemene leden vergadering bijeengeroepen. Deze vergadering werd belegd op initiatief van de leden in Nickerie. Zij hadden een vergadering aangevraagd voor 16 januari. Het bestuur-Gallant kwam op 17 januari in Paramaribo bijeen, waarbij volgens Soetosenojo fictief 253 handtekeningen geplaatst waren. Achteraf bleek dat er maar 67 leden aanwezig waren en de aangevraagde vergadering niet werd behandeld.
Volgens Noora heeft Gallant altijd mensen zand in de ogen gestrooid met misleidende verhalen. De leden zijn volgens haar opgehitst tegen het beleid van minister Belfort. Gallant was begonnen met dertien bestuursleden.

Gallant op zijspoor gezet door bewindsman
Het interim bestuur van de BPAS bestond uit Lucille Nora, Glenn Ommen, Samuel Austin, Vinod Jhinkoe, Wendel Pinas, Marlon Soetosenojo, Soerin Bishesar, Melvin Lie A Ling, Frans Tanti en Kenneth Weimans. Austen en Pinas waren van het bestuur-Gallant afkomstig. Gallant vond deze verkiezing een lachertje. 'Het is een bijeenkomst, geen algemene ledenvergadering. Wij houden vrijdagavond een ledenvergadering waarbij het bestuur aangevuld zal worden', sprak Gallant.
De uitspraak van Gallant, dat de situatie rond het bondsbestuur in Nickerie een coup was van minister Belfort, viel bij de bewindsman niet goed. Hij kondigde juridische stappen aan tegen de bondsvoorzitter die buiten functie werd gesteld. Ook zou Gallant hebben gezegd: 'De minister heeft publiekelijk gezegd dat hij zijn plannen klaar had. Hij heeft ons niet eens ontvangen voor een kennismaking. Het is duidelijk dat mensen omgekocht zijn.'

Gallant beweerde dat de bewindsman de bond had gedwarsboomd. Alles wat ten overstaan van de rechter was afgesproken, had de minister naast zich neergelegd. De bond was niet eens ontvangen door Belfort. 'Voor ons is er geen vervoer beschikbaar, want er moet worden bezuinigd, maar de leiding heeft wel een bus ter beschikking gesteld om de actiegroep te vervoeren naar Nickerie', zei Gallant. Hij zei ook, dat hij zijn vakbondswerk doet, maar dat hij steeds persoonlijke aanvallen krijgt.
Een paar dagen na de vergadering in Nieuw Nickerie waar een nieuw bondsbestuur werd gekozen, was er een algemene ledenvergadering in Paramaribo. Het bestuur met vier leden aangevuld. Er waren 167 leden aanwezig die de actie van Lucille Noora veroordeelden en Gallant erkenden als voorzitter van de BPAS. Gallant zei te hopen dat de leiding van het ministerie bereid was om via overleg de problemen op te lossen.

Gallant verweerde zich rond 9 februari 2013 bij de leiding. Hij was buiten functie gesteld na uitspraken op Starnieuws over de betrokkenheid van minister Edward Belfort van Justitie en Politie om hem af te zetten. De actiegroep zou steun hebben gekregen van de minister die publiekelijk gezegd heeft dat 'hij zijn plannen klaar had'. De bondsman wees onder andere op de diverse (internationale) verdragen waarin vakbondsrechten en vrije meningsuiting zijn gewaarborgd. De bondsvoorzitter vond dat hij onterecht buiten functie was gesteld.

Minister Michael Miskin van Arbeid, Technologische ontwikkeling en Milieu ontving 13 februari 2013 de vakbondsleiders Robby Berenstein van C-47 en Errol Snijders van de Moederbond, die het gesprek hadden aangevraagd om het buiten functie stellen van vakbondsleider Gustaaf Gallant te bespreken. De twee vakbondsmannen hadden met verwijzing naar de Grondwet, de door Suriname geratificeerde conventie van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) en andere bepalingen duidelijk gemaakt, dat minister Edward Belfort van Justitie en Politie een ernstige fout had gemaakt. Berenstein liet verder weten dat de vakbeweging niet zou accepteren dat het recht van vakbondsleiders op deze manier zou worden aangetast.

Gallant, die niet bij het gesprek was, voelde zich gesterkt met de acties van de Moederbond, waar zijn bond bij is aangesloten, en C-47. Dit gold ook voor Conventie nummer 135 van de ILO, waarin het werk en de vakbondstaken van een bondsbestuur worden geregeld. Ook Berenstein verwees daarnaar en zei dat met nadruk daarin wordt vermeld dat de vakbondsleider zonder enige belemmering alle ruimte moet krijgen zijn vakbondsactiviteiten te kunnen uitvoeren. 'Als ik de handeling van minister Belfort plaats tegenover deze conventie is het duidelijk dat hij fout heeft gehandeld', zei Berenstein.

Gallant vond ook nog, dat hij niet als penitentiaire ambtenaar kon worden gestraft, terwijl hij in zijn positie als voorzitter van een bond een interview had afgestaan. 'Die twee zaken bijten elkaar. Ik ben wel een penitentiaire ambtenaar, maar ik heb opgetreden in de positie als vakbondsleider die door die conventie wordt beschermd om zijn vakbondstaken uit te voeren. Tenminste het dagelijks bestuur van een vakbond moet vrij zijn werk kunnen doen.'
Minister Belfort vond echter, dat Gallant als penitentiaire ambtenaar in gezagsverhouding stond ten opzichte van het bevoegde gezag.

Drie dagen na de ontmoeting tussen minister Miskien en de vakbondsleiders werd bekend dat de politie in Nickerie een penitentiaire ambtenaar had gearresteerd. Hij was door een collega op heterdaad betrapt tijdens 'een drugstransactie', betreffende 90 gram marihuana, in de strafinrichting Hazard. De man werd in verzekering gesteld. In een periode van zeven maanden werden drie pa's van Hazard geschorst en een in verzekering gesteld. De drie pa’s waren eerst buiten functie gesteld nadat een aantal gedetineerden tijdens werkzaamheden buiten de inrichting was gevlucht. De zaak was overgedragen aan het Openbaar Ministerie.

Onder druk vakbeweging draait Belfort buiten functiestelling Gallant terug
Minister Edward Belfort van Justitie en Politie had op 20 februari 2013, onder druk van de vakbeweging, toegezegd de buitenfunctiestelling van Gustaaf Gallant terug te draaien. Zijn functie werd betwist door het interim-bondsbestuur onder leiding van Lucille Noora. Vicepresident Robert Ameerali had toegezegd zich te zullen beijveren voor een oplossing in het geschil tussen de BPAS en de minister. Partijen hebben 20 februari gesprekken gevoerd over de problemen die beroering teweeg hebben gebracht binnen de vakbeweging. De bewindsman liet ook doorschemeren de kwestie van de rechtszaak tegen Gallant te zullen bekijken.

Overplaatsing 83 pa's
De mutatie van de 83 penitentiaire ambtenaren ging op 1 maart 2013 in. Het voltallig bestuur van de bond onder leiding van Gustaaf Gallant en de shopstewards werden overgeplaatst. Er heerste ontevredenheid onder de gemuteerden, omdat de overplaatsing vrij abrupt kwam en sommigen onder de pa’s al 30 jaar op een werkplek zaten. De Moederbond, waarbij de BPAS is aangesloten, had een brief gestuurd naar minister Edward Belfort van Justitie en Politie om de mutatie in heroverweging te nemen. Bij een eerste gesprek tussen partijen, had minister Belfort onder druk de buitenfunctiestelling van Gallant teruggedraaid. Partijen hadden een sfeer gecreëerd waar verder gesproken kon worden, totdat kort na het eerste gesprek de mutatie-brieven de deur uitgingen. Kennelijk moe geworden van alle berichtgeving en wellicht de in die berichtgeving gecreëerde onduidelijkheden of zelfs onwaarheden rond de problemen tussen minister Belfort en bondsvoorzitter Gallant bracht de bewindsman op 2 maart onderstaande verklaring uit:

'Communiqué van het Ministerie van Justitie en Politie

De afgelopen weken heeft het Ministerie van Justitie en Politie aandacht getrokken van velen in onze samenleving, zulks vanwege handelingen c.q. uitspraken van een bepaalde vakbondsleider bij een van de sectoren binnen het ministerie en de reacties van gezagsdragers en burgers op dit gebeuren.
Het ministerie voornoemd heeft gemeend, van uit het oogpunt van het verschaffen van achtergrondinformatie over de zienswijze van het ministerie over de betrekkelijke aangelegenheid, het publiek als volgt te informeren:

1. Het Besluit Taakomschrijving Departementen (S.B. 1991 NO.58) zoals laatstelijk gewijzigd bij SB 2011-no.124, geeft het Ministerie van Justitie en Politie de opdracht zorg te dragen voor o.a.: de handhaving van de fundamentele mensenrechten en vrijheden, de zorg voor het beleid ten aanzien van delinquenten, waaronder begrepen de resocialisering en de zorg voor de inwendige veiligheid van de staat en de handhaving van de openbare orde en rust, het voorkomen van inbreuken daarop en de bescherming van personen en goederen.
Tot de uitvoering van de hier opgesomde taken zijn gespecialiseerde korpsen in het leven geroepen zoals het Korps Politie Suriname en het Korps Penitentiaire Ambtenaren.
De aard van de genoemde taken legt aan de functionarissen van deze gespecialiseerde eenheden bijzondere verantwoordelijkheden op. Discipline, ijver en plichtsbetrachting zijn de meest in het oog springende karakteristieken bij de functie uitoefening. Het zijn functionarissen die een dienstbetrekking hebben met de overheid welke formeel kan worden aangetoond door middel van beschikkingen van de minister of resoluties van de president, terwijl de rechtspositie van deze landsdienaren in de Personeelswet (SB.1985 no.41) is geregeld.

2. De Grondwet van Suriname (SB. 1987 no.116, zoals gewijzigd bij SB.1992 no.38) geeft in art 30 aan, dat werknemers vrij zijn om vakverenigingen op te richten voor de behartiging van hun rechten en belangen.
Daar het Ministerie van Justitie en Politie o.a. de opdracht heeft de rechten en vrijheden van burgers en vreemdelingen te bewaken en te beschermen, spreekt het van zelf dat landsdienaren die bij voornoemd ministerie in dienstbetrekking zijn eveneens de vrijheid zullen moeten hebben zich te organiseren en de erkenning te krijgen als vakorganisatie indien aan de nodige formaliteiten is voldaan.
Indien de Republiek Suriname partij is bij internationale verdragen ter zake van vakorganisaties en rechten van werknemers, zal het ministerie deze verdragen in acht nemen bij het nemen van beslissingen.
Art. 9 van onze Grondwet geeft aan dat een ieder recht heeft op fysieke, psychische en morele integriteit, hetgeen betekent dat wanneer dit recht door wie dan ook wordt aangetast de benadeelde partij zich bij de rechter kan vervoegen, teneinde genoegdoening te krijgen van het onrecht hem/haar aangedaan.

Uit het voorgaande kan worden gesteld, dat de vakorganisatie bestaat uit leden die in dienstbetrekking zijn bij een werkgever c.q. de overheid. Deze dienstbetrekking legt aan de werknemer verplichtingen op die verband houden met de inzet van de factor arbeid voor de realisering van de doelen van de organisatie.

De vakorganisatie maakt geen deel uit van de formele structuur van het bedrijf of ministerie en kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor het beleid, dat door de leiding van de organisatie wordt vastgesteld.
Het bestuur van de vakorganisatie is bij het voeren van onderhandelingen partner van de leiding van het bedrijf of ministerie waarmee de collegiale relatie tussen de beide entiteiten wordt aangegeven. Hier is dus geen sprake van een hiërarchische relatie. De vakorganisatie kan derhalve geen beslissingen nemen die de verantwoordelijkheid van de leiding van de organisatie regarderen.

De minister van Justitie en Politie is op grond van het bovenstaande van oordeel, dat de erkenning van elkaars verantwoordelijkheden tegenover de staat en de burgers van het land met zich meebrengt het corrigeren van handelingen c.q.uitspraken die de integriteit van personen c.q. gezagsdragers aantasten. In dat geval heeft een ieder het grondwettelijk recht de correctie door de rechter te doen plaatsvinden. Het doet er dan niet toe in welke hoedanigheid de pleger van de inbreuk zulks heeft gedaan.
Tot het plegen van inbreuken op de persoonlijke integriteit is er geen immuniteit. Indien het ministerie een dergelijk principe zou hanteren dan zou hij aan de ondergraving van zijn eigen taakstelling werken en dus het staatsbelang ondermijnen. Internationale conventies kunnen nimmer de bedoeling hebben immuniteit te verschaffen aan vakbondsleiders om inbreuken te plegen op de persoonlijke integriteit van staatsburgers.

In de dienstbetrekking die er bestaat tussen het ministerie (de staat) en de vakbondsleider is de continuïteit van de arbeid en dus van het staatsbelang primair. In dit kader is er geen onderscheid tussen vakbond en anderen, daar een ieder aan hetzelfde doel werkt en dus zich aan dezelfde regels dient te onderwerpen.
Verweer na voorlegging van de feitelijke schending van de persoonlijke integriteit is een vereiste binnen de rechtspositie van de landsdienaar.
Het ligt dan aan het oordeel van de gezagsdrager om de steekhoudendheid van dit verweer vast te stellen en al dan niet te aanvaarden.
De afweging van de consequenties voortvloeiende uit de mogelijke beslissingen, heeft als primair doel het veiligstellen van het staatsbelang in dit geval de ongestoorde voortzetting van de arbeid.

Het bezigen van termen als: terugfluiten van de minister en inslikken zijn hier volstrekt niet van toepassing daar deze de indruk wekken, dat aan de beslissing van de gezagsdrager geen rationele overwegingen hebben gegolden. Overigens is in 2010 bij een andere gezagsdrager dezelfde gedragslijn toegepast en ging het eveneens om dezelfde vakbondsleider.

Het ministerie is de werkgever en tevens een staatsorgaan dat het regeringsbeleid over een bepaalde sector van de maatschappelijke werkelijkheid uitvoert. Dit beleid heeft evenwel raakvlakken met het beleid van andere ministeries. Het disfunctioneren van Justitie en Politie heeft ongetwijfeld negatieve gevolgen voor het beleid van andere ministeries. En juist hier ligt de opdracht aan allen, al dan niet georganiseerd in een vakorganisatie aan dit beleid uitvoering te geven. Dit betekent, dat aan de uitvoering van bepalingen van reglementen, beslissingen van de minister en van de regering onverkort zal dienen te worden meegewerkt.
Hier zal er dan geen onderscheid zijn tussen ministerie en vakbond omdat een ieder bijdraagt aan de verwezenlijking van het staatsbelang.'

Nieuw dienstrooster zonder overleg en mutaties resulteerden weer in actie
Begin april 2013 kwam de bond weer in actie. Aanleiding deze keer was, dat zonder overleg een nieuw dienstrooster was gemaakt. Leden moesten zich om vijf uur 's ochtends melden in plaats van zeven uur. Officieren ontvingen geen overwerkvergoeding, terwijl die volgens minister Belfort zou zijn uitbetaald. Ook was de mutatie van leden nog steeds een heikel punt. Van de een op de andere dag werden tientallen penitentiaire ambtenaren gemuteerd. De bestuursleden van de bond hebben daar geen gevolg aan gegeven. Zij meldden zich dagelijks bij 'de Moederbond'. Belfort liet 12 april weten dat hij zich samen met de dienstleiding niet uit het veld zal laten slaan. Indien de penitentiaire ambtenaren weer een prikactie zouden uitvoeren, zou hij politie en militairen inzetten. 'Het is onverantwoord dat er actie wordt gevoerd, terwijl de leiding niet eens is gemeld. Maar natuurlijk heb ik ook mijn informatiebronnen en wij zullen voorzorgsmaatregelen treffen. De mensen die actie voeren zullen ook voor de consequenties moeten instaan', zei Belfort. De bewindsman vond het een normaal beleid om penitentiaire ambtenaren te muteren. Dat is volgens hem een aangelegenheid van de werkgever. 'Bij de politie levert dat geen problemen op. De bond gaat niet in staking. Maar steeds is er een groepje bij de penitentiaire ambtenaren dat voor onrust zorgt', beweerde Belfort.

Op dezelfde dag had de algemene ledenvergadering van de bond de leden van het bestuur-Noora geroyeerd. De vergadering werd gehouden buiten medeweten van de dienstleiding om. Het bestuur vond het recht te hebben om zijn leden te informeren over de stand van zaken. Er was immers ontevredenheid over het mutatiebeleid. Daarnaast zouden officieren geen overuren hebben ontvangen, terwijl minister Edward Belfort beweerde dat hij die had goedgekeurd.
De Moederbond zou een brief richten aan president Desi Bouterse met het verzoek om in te grijpen. De vakcentrale vond, dat de bewindsman bezig was met rancune.

Gallant: Leiding ministerie en Pinas verantwoordelijk voor chaos – Pinas onder vuur
Gallant zei 8 mei 2013 tijdens een persconferentie in het pand van vakcentrale de Moederbond, dat de leiding van het ministerie van Justitie en Politie en de waarnemend directeur Delinquentenzorg, Paulus Pinas, volledig verantwoordelijk waren voor de chaotische situatie binnen de penitentiaire inrichtingen. De bondsvoorzitter deed enkele zaken uit de doeken die mede de oorzaak zouden zijn geweest van de chaotische en onwerkbare sfeer in de inrichtingen. Gallant zei, dat het niet erkennen van de hiërarchische structuur binnen het korps, het overslaan van hoge ambtenaren, het muteren van de leiding van de bond, het ontbinden van het ondersteuningsteam, het creëren van een splitsing binnen de gelederen van de pa’s, rancune en het weigeren de bond te accepteren als vertegenwoordiging van de pa’s, hebben geleid tot grote demotivatie. Dat had weer gezorgd voor de wanordelijke toestand in de inrichtingen.
Gallant zei verder, dat het steeds weer aanstellen van politieke personen als hoofd en waarnemend hoofd voor de instellingen, een van de belangrijkste oorzaken was voor de situatie. 'Dit zal zo door blijven gaan zolang de hiërarchie binnen de dienst niet wordt erkend.'
Tijdens de persconferentie moest vooral Pinas het ontgelden. Pinas weigerde de bond te accepteren en was volgens Gallant de persoon die al bij zijn aantreden steeds geprobeerd heeft het bondsbestuur weg te werken en zelfs verkiezingen voor te stellen. Gallant en zijn bestuursleden zeiden, dat het dezelfde Pinas is geweest die in 1997, als voorzitter van de bond, gevochten heeft voor de verworven rechten waarvoor nog steeds werd gestreden om uitgevoerd te worden. 'Het was Pinas die toen in die positie een brief schreef waarin hij zich verzette tegen de benoeming van personen buiten de dienst als hoofd van de instellingen. Nu was het dezelfde persoon die zich liet benoemen in die functie, terwijl er 45 andere hoge functionarissen waren die gewoon worden overgeslagen', sprak Gallant.

Rechtszaak bond tegen Justitie duurde te lang: actie
De bond besloot half juli 2013 voor de zoveelste keer in actie te komen. Een prikactie. De leden vonden, dat de rechtszaak tegen het ministerie van Justitie en Politie te lang duurde. Steeds werd de zaak uitgesteld of er werden comparities gelast. 'Wij hebben gelijk, we willen een uitspraak', aldus de leden.

Twee weken later legden pa's van de bond het werk weer neer. De bond vond, dat ondanks de protestacties die gehouden werden en de gang naar de rechter, er gewoon niets gebeurde. Het eenzijdige mutatiebeleid was nog steeds niet teruggedraaid, de kwestie diensthoofd was niet opgelost, de overuren werden niet uitbetaald. Kortom, nog steeds werd geen uitvoering gegeven aan het wensenpakket van de bond. Feitelijk waren de bondsleden al maanden in actie. Ze verschenen niet op hun werkplek, maar meldden zich bij het kantoor van de Moederbond.

Mamabon......
De algemene ledenvergadering van de bond besloot 12 augustus 2013 de acties te verscherpen. 'Wij gaan woensdag onder de Mamabon (tegenover het ministerie van Justitie en Politie) staan om de aandacht van minister Edward Belfort en de samenleving te trekken', zei het bestuurslid Aniel Ramharakh op Starnieuws. 'Wij horen niks van de dienstleiding of van de minister. De ledenvergadering heeft besloten om andere actiemodellen te hanteren.'

'Verbaasde' Pinas: 'Actie onbegrijpelijk en nodeloos'
Onderdirecteur Delinquentenzorg Paulus Pinas van het ministerie van Justitie en Politie, noemde een dag later de aangekondigde verscherpte actie van de bond van penitentiaire ambtenaren 'onbegrijpelijk en nodeloos'. 'Ik ben erg verbaasd, omdat we op 31 juli de afspraak hebben gemaakt om op 19 augustus te praten over de herstructurering van het korps met daarin het vraagstuk rond een korpschef, het mutatiebeleid en over de uitbetaling van overuren.' Onbegrijpelijk dat Pinas, die notabene zelf actief is geweest binnen de bond, zich op een dergelijke wijze uitliet. De man heeft getoond een antivakbondsman te zijn geworden, omdat bondsacties zijn eigen personeel raakten en anno juli 2014 nog steeds raken. Zijn dienst werd en wordt getroffen door acties en dat zint deze Pinas kennelijk niet.
Pinas op 13 augustus 2013: 'Wij hebben de bond aangehoord. Daarna hebben wij ten aanzien van het mutatiebeleid de bond gevraagd de zienswijze en knelpunten op papier te zetten en daar omheen het vervolggesprek te voeren. Voor wat betreft de uitbetaling van overuren, hebben wij de bond meegedeeld dat het een comptabele kwestie is die hoe dan ook wordt opgelost. Intussen heb ik het nagetrokken en worden de overurengelden het eind van deze maand uitbetaald. Over herstructurering van de dienst met daarin ook de eis van een eigen korpschef, is lang stilgestaan.'
'Er is een consultant in de arm genomen die onderzoek doet naar het instellen van een korpschef. De consultant heeft iedereen die hier iets mee te maken heeft, geconsulteerd. Op 19 augustus zou op basis van dit plan ook hierover worden gesproken. Ik begrijp totaal niet dat de bond na de vergadering van toen en voor de geplande vergadering van 19 augustus een eigen bijeenkomt houdt met dit resultaat als gevolg. Ik begin haast te denken dat de bond een andere agenda heeft en bewust de gemeenschap verkeerde informatie geeft.'

Petitie bond aan directeur Kabinet van de President
De bond overhandigde op 14 augustus 2013 een petitie aan directeur Eugene van der San van het Kabinet van de President. Van der San beloofde de informatie door te zullen geven aan president Desi Bouterse. Een vertegenwoordiging van het bondsbestuur sprak met Melvin Linscheer, directeur Nationale Veiligheid van het Kabinet van de President. Van der San zei na afloop tegen journalisten, dat het om een ambtelijk probleem ging, dat niet zo moeilijk is om op te lossen. 'De vraag is waarom zijn er twee regeringsperioden voorbij gegaan, zonder dat er een oplossing is gekomen?' Gallant: 'Wij zijn traumatisch geworden. Al dertien jaar zijn wij bezig met hervorming van het korps. Ons is diverse keren beloofd dat de zaak opgelost wordt. Wij hebben de acties steeds opgeschort, maar er is niets gebeurd. De leden willen tenminste een actie zien, waardoor ze terug kunnen naar het werk.' 'De BPAS maakt zich sterk voor een korpschef voor de dienst. Regillio Blijd is de hoogste penitentiaire ambtenaar in rang, met twee sterren en een balk en is academisch gevormd. Hij had de leiding moeten hebben en niet Paulus Pinas, die veel lager in rang is.'

De bond ging door met haar actie. De Staat sleepte de bond voor de rechter en eiste dat de werkzaamheden zouden worden hervat. De leiding van het ministerie van Justitie en Politie en de bond van Penitentiaire Ambtenaren in Suriname hadden 25 augustus 2013 nog geen overeenstemming bereikt. Er waren twee intensieve bijeenkomsten geweest met een rechter. Na de eerste bijeenkomst met de rechter stelde de algemene ledenvergadering van de bond eerst garanties te willen voordat het werk zou worden hervat. Na een tweede ontmoeting legde de rechter gemaakte afspraken vast in een proces-verbaal.

De bondsleden hervatten 28 augustus 2013 hun werk, na hiertoe door een rechter te zijn opgedragen. Een evaluatie met de rechter over de vordering zou 18 september 2013 volgen.

Zoveelste aanvaring tussen Pinas en bond vanwege zoveelste actie
Een volgende conflict tussen Pinas en de bond diende zich 9 oktober 2013 aan. De bond hield een vergadering en volgens Gallant was de dienstleiding hiervan in kennis gesteld. 'Maar daarin staat niet dat er de hele dag vergaderd wordt en dat het werk pas morgenochtend wordt hervat. Dat hoor ik nu', zei een op zijn teentjes getrapte Pinas. Hij vond dat er sprake was van sabotage. 'En dat terwijl we ook de bewaardersweek hebben waarvoor diverse gasten uit de Antillen hier zijn. Ze zijn juist met een rondleiding bezig in de inrichting.' Pinas zei ook dat partijen een dag eerder nog bij de rechter waren. Gallant: 'Dit is ons parool. Wij moeten de leden informeren over de stand van zaken. Wij zijn bezig met de evaluatie en dat kost veel tijd. De leden moeten weten waar ze aan toe zijn.'

Op 22 november 2013 werd bekend, dat de dertien bondsbestuursleden, die sinds maart uit protest niet aan het werk waren verschenen, weer terug waren op hun oude post. De leiding van het ministerie van Justitie en Politie had 83 penitentiaire ambtenaren gemuteerd, onder wie het voltallige bestuur onder leiding van Gustaaf Gallant.

Vijf dagen later stelde de bond de regering een ultimatum. De algemene ledenvergadering eiste dat de hoogste ambtenaar in rang met de beste opleiding, zou worden belast met de leiding van het Korps Penitentiaire Ambtenaren (KPA). Dit werd unaniem besloten tijdens een algemene ledenvergadering in het gebouw van de Moederbond.
Bondsvoorzitter Gustaaf Gallant zei, dat het ondenkbaar is dat een 'niet-Surinamer' president wordt van Suriname. Zo was het volgens hem eveneens niet mogelijk dat iemand anders, dan de best opgeleide persoon uit eigen gelederen, hoofd zou worden van het KPA. Volgens de bond was de functionaris die in aanmerking kwam voor de benoeming Regillio Blijd. De bond vernam echter, dat minister Belfort iemand anders wilde belasten met de leiding. De BPAS was daar fel gekant tegen.

Penitentiaire ambtenaren in Nickerie namen afstand van de eis van de BPAS. Zij beweerden, dat het benoemen van een korpschef een aangelegenheid is van de regering. Zij accepteerden elke voordracht van de regering, doch gaven de voorkeur aan iemand binnen het korps. De meeste penitentiaire ambtenaren in Nickerie vonden dat het moeilijk communiceren was met Blijd. Zij eisten niet dat Blijd moest worden belast met de leiding van het korps.

Bondsbestuur Noora niet-ontvankelijk
De rechter verklaarde op 7 februari 2014 het bondsbestuur van Lucille Noora niet-ontvankelijk.De Bond van Penitentiaire Ambtenaren in Suriname bleef onder leiding van Gustaaf Gallant. Gallant was voor het gerecht gesleept door de groep-Noora, die claimde de leiding van BPAS te hebben.
De leiding van het ministerie van Justitie en Politie had de groep-Noora erkend en ontvangen voor een kennismakingsbezoek. 'Ik ben benieuwd wat het ministerie nu zal doen. Voor ons was het al die tijd duidelijk dat er één bestuur is van de BPAS. Ik hoop dat zaken nu versneld zullen worden uitgevoerd', was de reactie van Gallant.

Bondsleden verwerpen werkplan presidentiële commissie – Leden met ontslag bedreigd en geïntimideerd
Een door een presidentiële commissie, onder voorzitterschap van raadsadviseur Jules Wijdenbosch, opgesteld werkplan werd 14 mei 2014 door bondsleden verworpen. De leden konden zich niet vinden in de ‘wijziging van beleidsinzichten’ die in het werkplan waren opgenomen. Zo was de eis van de bond om een korpschef in het plan verwerkt naar de benoeming van een onderdirecteur. Ook kon de bond zich niet vinden in het concept organogram van de dienst. Gevolg: actie. De bondsleden bleven zich dagelijks melden bij de Moederbond. Ook ruim dertig leden in Nickerie sloten zich bij de actie aan. 'Heel veel ambtenaren zijn echter bang om mee te doen aan de actie, omdat ze bedreigd worden', zei bondsbestuurslid Aniel Rambharak. 'Wij hebben vernomen dat mensen aangemaand worden om hun wapen in te leveren of ze worden met ontslag bedreigd.' Een penitentiaire ambtenaar stelde, dat de leiding helemaal thuis is gegaan bij zijn collega om hem te intimideren. Hem werd voorgehouden dat als hij de actie zou ondersteunen, hij gemuteerd zal worden.

Korps opgedoekt?
Gallant sloeg 19 mei 2014 alarm. Via Starnieuws liet hij weten dat het korps zou worden 'opgedoekt'. Dat zou zijn gebleken uit gesprekken die gevoerd waren met de presidentiële commissie. Er was gekozen voor een directoraat Delinquenten Zorg en niet voor een Korps Penitentiaire Ambtenaren. Volgens een presentatie die de bond kreeg, bleek dat er andere beleidsinzichten waren bij de regering. Er was in de nieuwe opzet geen sprake meer van een korps structuur. De penitentiaire ambtenaren zouden onderdeel worden van de dienst Delinquenten Zorg. Gallant zei, dat al de bond zich al jaren inzette voor een korps.

Bond: Rancune, rancune en rancune
Op 26 mei 2014 werden penitentiaire ambtenaren in Nickerie, werkzaam in Hazard, die deelnamen aan de actie van de Bond van Penitentiaire Ambtenaren in Suriname per direct ter beschikking gesteld van de directie. De reden die in een bekendmaking werd aangegeven was 'vanwege gewijzigde omstandigheden'. Volgens Gallant ging het echter om rancune. Hij zei verder, dat de bond vaak aan de orde heeft gesteld dat er rancuneuze maatregelen werden getroffen tegen leden van de bond. Indien de zaak niet zou worden teruggedraaid, zou de bond zich beraden over te nemen acties. Het werk was juist een week eerder hervat, omdat de rechter op 5 juni vonnis zou vellen in het geschil met het ministerie van Justitie en Politie.
'Terwijl minister Edward Belfort zegt dat het ministerie niet in conflict is met de bond, zien wij dat er steeds weer rancuneus wordt gehandeld', aldus Gallant.

Dat er mogelijk sprake was van rancune bleek 28 mei 2014. Wachtcommandanten in de penitentiaire inrichting Hazard in Nickerie kregen te horen, dat pa's die deel hadden genomen aan de werkonderbreking van de bond geen overwerk meer mochten verrichten. Bestuurslid Aniel Ramharak van de bond reageerde met de opmerking, dat er duidelijk sprake was van rancune. Hij zei, dat de dienstleiding officieel op de hoogte was gesteld van de staking. De leden hebben volgens de BPAS niet onverantwoord gehandeld, want de dienst was zelfs keurig netjes overgedragen.
Ook de wachtcommandanten van de penitentiaire inrichting Duisburg kregen zwart op wit de opdracht om leden die actie gevoerd hadden, niet in te zetten.
In De Nationale Assemblee werd ook aandacht gevraagd voor de situatie van de penitentiaire ambtenaren. Minister Edward Belfort bleef zich echter op het standpunt stellen, dat hij geen conflict had met de bond. Het was de presidentiële commissie die met een plan was gekomen, dat verworpen werd door de BPAS. De bond wachtte op de uitspraak van de rechter op 5 juni.

Die uitspraak werd een teleurstelling voor de bond. Zij verloor het Kort Geding tegen de Staat Suriname ofwel tegen het ministerie van Justitie en Politie. Er waren eerder bij de rechter afspraken gemaakt tussen partijen. Gallant stelde dat het ministerie zich niet hield aan de gemaakte afspraken.
Inzet van het Kort Geding was onder andere de instelling van het korps en de benoeming van Regillio Blijd, die de hoogste penitentiaire ambtenaar in rang was, tot korpschef.

Zeven dagen na de uitspraak werden zes pa's in Nickerie, die in mei hadden deelgenomen aan de bondsacties, ontwapend. Ze kregen ook te horen dat ze van Hazard zouden worden overgeplaatst (gemuteerd) naar Paramaribo. Ook nu reageerde de bond weer door te stellen dat hier sprake was van rnacune.

De directie vond, dat er sprake was van plichtsverzuim en daarvoor moesten de penitentiaire ambtenaren zich verantwoorden. Maar, het bondsbestuur stelde dat de actie was aangekondigd. De leden die zich meldden bij het actiecentrum tekenden daar hun presentie. Deze werd ook aan de directie overgedragen. Het bestuur van de bond vond het erg, dat vakbondsrechten werden beknot door de maatregelen die werden genomen.

Leiding ministerie wijzen op vakbondsvrijheid
Dat is de essentie van de vele geschillen de afgelopen jaren: de aversie van de leiding in het gevangeniswezen tegen alles wat ook maar riekt naar vakbond. Het wordt tijd dat de leiding (lees: minister Edward Belfort van Justitie en Politie) door ter zake deskundigen duidelijk wordt gemaakt dat er internationaal afspraken zijn omtrent vakbondsvrijheid. Die vrijheid lijkt binnen het ministerie, binnen het gevangeniswezen, ernstig te worden beknot zo niet zelfs genegeerd.

Geen opmerkingen: